Großsteingrab 3B Darpvenner Steine I

Locatie Google Maps
Terug naar Großsteingräber overzicht

De stenen ruimte van de „Darpvenner Stenen l“ is met een omvang van 15,5 bij 1,5 meter een zeer indrukwekkend verschijnsel. De wandstenen zijn vrijwel volledig behouden gebleven en de enige deksteen die nog op de stenen rust (oorspronkelijk waren het er tien) maakt het makkelijker voor te stellen wat voor een imposante werking dit megalietengraf moet hebben gehad. Op de weg hier naartoe komt de bezoeker aanwijzingen naar de “Hünenburg” tegen – deze aanduiding geeft de hoge concentratie aan graven uit het stenen tijdperk in het gebied Schwagstorf aan.

Ganggraven in het Osnabrücker Land

Niet alleen in deze regio zijn de graven zo ruim vertegenwoordigd; in heel Europa zijn rijen stenen, stenen kisten en tempels uit grote stenen gebouwd. De Noord-Duitse megalietgraven zijn bijna uitsluitend in de vroege steentijd, tussen 3500 en 2800 v. Chr., gebouwd. De kern van het bouwwerk is de gelijkvloerse grafruimte. Deze bestaat uit losse, naast elkaar geplaatste ‘jukken(een ‘juk’ = twee draagstenen en één deksteen) en de sluitstenen aan de smalle kanten. De tussenruimtes werden opgevuld met metselwerk uit kleinere rolkeien. De bodem van de grafruimte bestond uit een laagje vlakke stenen. In de door heel Osnabrücker Land gelegen graven zijn korte gangen aangetroffen, die met behulp van zwerfkeien gebouwd zijn. Jammer genoeg is hiervan weinig overgebleven, dit komt met name door de voormalige aardophogingen en de vele aangelegde zettingen rondom de grafruimtes.

Die Steinkammer der „Darpvenner Steine I“ ist mit einer Größe von 15,5 ax 1,5 m optisch sehr beeindruckend. Die Wandsteine sind fast vollständigíerhalten und der einzige noch aufliegendte Deckstein (im Originalzustand waren es zehn) macht vorstellbar, wie imposant das Megalithgrab nach der Fertigstellung. gewirkt haben muss. Auf dem Weg hierher stößt man auf den Hinweis zur „Hünenburg“ – in dieser Bezeichnung deutet sich die hohe Konzentration an jungsteinzeitlichen Gräbern im Raum Schwagstorf an.

Ganggräber im Osnabrücker Land

Neben den in dieser Region so zahlreich vertretenen Grabanlagen sind europaweit auch Steinreihen, Steinkisten und Tempelanlagen aus großen Steinen errichtet worden. Die norddeutschen Megalíthgräber sind fast ausschließlich in der Jungsteinzeit, also zwischen 3500-urid 2800 v. Chr. erbaut worden. Kern der Anlage ist die ebenerdige. Grabkammer. Sie besteht aus einzelnen, nebeneinander in Ost-West-Richtung gesetztėn Jochen (ein Joch = zwei Tragsteine und ein Deckstein) und den Schlusssteinen an den Schmalseiten. Die Zwischenräume waren mit Trockenmauerwerk aus kleinerem Geröllstein ausgefüllt. Der Boden der Grabkámmer. bestand aus einem Pflaster, für das vorzugsweise plattige Steine verwendet wurden. . Bei den im Osnabrücker Land verbreiteten Gräbern gab es häufig zusätzlich einen kurzen, aus Findlingen gebildeten Gang an der Mitte der Südseite. Leider ist davon, wie auch von der ehemaligen hügelartigen Erdaufschüttung und der weiträumig um die Kammer herụm angelegten Steinëinfassung heute nur noch selten etwas vorhanden..

Hoe het was …

 

Hoe het nu is.