Weggebruikers DE en NL

 
Regelmatig maken we een wandeling, zowel in NL als in Dld. Daarbij valt op dat als je over een smalle autoweg loopt en je wordt gepasseerd door een auto, de auto in NL nauwelijks uitwijkt. Dat doe je als voetganger maar. In Dld weten ze niet hoever ze aan de kant moeten rijden, inclusief met vaart vermindering. Het viel me pas goed op, toen ik in Markhausen zelf de automobilist was en weliswaar vaart verminderde maar naar Nederlandse zede gewoon de weg bleef volgen. Dat gaf verontwaardigde blikken. Als je in de grensstreek door auto’s met en Duits kenteken rakelings wordt gepasseerd, moet dat dus Nederlanders zijn.
Overigens, ik rijd vaak tussen Onstwedde en Stadskanaal, een smalle kronkelweg waar je desondanks vaak wordt ingehaald, ook als je 84 rijdt. Opvallend vaak vrouwen waarbij het niet uitmaakt of het nu kleine autootjes zijn of grote poenkarren. Toch eens een studie naar doen.

Harmen

In Nederland geen alledaagse, maar wel herkenbare naam. We hadden Harmen Siezen, de nieuwslezer. En in het Rijksmuseum, een apart hoekje voor ‘De zoon van Harmen’.
Hier in Duitsland ligt het allemaal wat anders. Ze herkennen de naam niet. En dus krijg je vooral verbasteringen als ‘Harmann’. Toch komt deze naam ook hier wel voor. Zie deze grafzerk uit de 17e eeuw (Museumdorp Cloppenburg). Het schijnt dat in deze periode diverse Harmens in het Emsland hebben rondgelopen. Maar het is de Nederlands Friese variant van Hermann, dat weer afkomstig is van ‘Heer Man’ (Leger man).

 

Dutch side of the border

Als oprechte grensbewoner zie ik ook de andere kant van de grens, ‘Gene Zijde’, Groningen. Ik houd dat scherp in de gaten! In Nederland, maar heel duidelijk in Groningen, zie je een soort taalstrijd.
In het Nederland als geheel is men druk doende het Nederlands over te laten gaan in een soort ‘Pidgin 
Engels’. En dan niet als tweede taal, maar als hoofdtaal met bijbehorende uitspraak. Dat de ‘r’ al lang en breed verdwenen is, is symptomatisch. Ik hoor zo nu en dan mensen die vroeger een gewone ‘r’ hadden en nu ineens een vreselijk gepolijste Amerikaanse ‘r’. Over het aantal Engelse woorden dat het Nederlands ondertussen is binnengeslopen zal ik het later hebben. Feit is dat in bv de Evangelische Kerken het Engels als het nieuwe Latijn wordt gebruikt. Wijsheidsspreuken op bordjes, stickers(!) en vooral op Facebook zijn vrijwel altijd het Engels, dat lijkt mooier. Nederlands wordt eigenlijk als niet helemaal echt, een beetje achterlijk weggezet. ‘Motherfucker’ klinkt toch aanmerkelijk beter dan moederneuker, of niet dan? En wie roept er nou “Poep!” Dat moet toch echt “Shit” zijn! Engels als tweede taal, dat riep Rutte ook al. Maar we worden niet tweetalig. We worden halftalig.
Maar wacht, er is iets vreemds aan de hand. Want Engels is beter dan Nederlands, maar Nederlands (lees ‘Hollands’) is weer veel beter dan Saksische dialecten Twents, Drents, Gronings). Want die zijn ‘boers’ en dus achterlijk. Op het Journaal zul je dus nooit iemand horen die ‘ennetjes inslikt’[1]. De ‘zachte g’ mag wel, elke Hollandse tongval ook, desnoods licht Fries. Dat is goed doorgedrongen in Groningen. Het gevoel een minderwaardig taaltje te spreken heeft gevolgen voor het dagelijks leven. Een aantal oorzaken zijn de houding van de rest van het land en de scholen. 
In Groningen is men nu van mening dat Gronings lelijk is. Je krijgt er een achterstand van. En kinderen die Gronings spreken, nee, dat kan ècht niet! Ollands, dàt is het! En Engels!
Nu is het in het verleden inderdaad vaak voorgekomen dat kinderen alleen in dialect werden opgevoed. En als je dan later met Nederlands aan de slag moet, ja dat is even slikken. Maar het lukt wel. Belangrijk is dat men in Nederland, en vooral ook in Groningen, meer oor moet hebben voor TWEETALIGHEID. Er is niets mis met Gronings, dat hangt af van hoe je het gebruikt. Er zijn in Groningen gebieden zijn waar men actief tweetalig is en dat gaat prima. Als je daar geen beleid op hebt, geen afspraken over maakt dan gaat het niet goed. Bijvoorbeeld: “Tegen de kinderen praten we Ollands, maar tegen elkaar Gronings”. Dat is geen tweetaligheid, dat is halftaligheid. Een fenomeen dat we ook in het Nederlands hebben met de overdadige aanwezigheid van het Engels.
Naar mijn mening is het Gronings van kleine kinderen zeer charmant. Buig niet voor de neerbuigendheid van westerlingen met hun rare uitspraak en ‘Gooische R’. Proat plat!

 

[1] Het leuke hier in Duitsland is dat ze hier het Saksisch hebben uitgevonden. Hier hòòr je ‘ennetjes zu verschlucken’ Als je dat niet doet, word je nooit nieuwslezer! Ik doe het hier naar hartelust. Herrlich!

Dexterius de Wijze

Vandaag vond ik een tekeningetje terug, gemaakt tijdens een symposium op gelinieerd papier. Ik was toen bezig om een gefingeerde wijze te creëren, iemand die een nieuwe religie zou stichten en waarmee ik me kon vereenzelvigen. Zijn naam werd Dexterius. Ik kwam op die naam vanwege (1) het boek ‘De linkerhand van het Duister – Ursula LeGuin’ De titel slaat op een uitspraak in het boek: “De linkerhand van het duister en de rechterhand van het licht” en (2) vanwege de kleuter geleerde uit de tekenfilmserie ‘Dexters Laboratory‘. Dexterius dus. Het werd desondanks een wat goedkope heilige, een knorrige figuur die veel pseudowijsheden genereerde en dat in Oud Nederlandsch deed zodat het zwaarder klonk.

Maar hij was wel aardig.
In dit tekeningetje zit de heilige Dexterius even buiten Roodeschool in een slootwal, slechts gekleed in een eenvoudige pij met kap (Ik had me net aangesloten bij de Franciscanen, vandaar). Het is nieuwjaar, het vuurwerk verlicht de hemel. En hij (zielig) zit buiten in de vrieskou van het besneeuwde land en aanschouwt het vuurwerk. Op de schets zie je hem van achteren, tegen zijn kap aan, de opgerichte neus laat zien dat hij omhoog kijkt. Dexterius heeft de laatste tijd weinig visioenen gehad. Misschien moet ik daar eens wat aan doen!