Varusschlacht – Bramsche Kalkriese

Varusschlacht KalkrieseWe bezochten vandaag het museum rondom de zogenaamde  ‘Varusschlacht’ in  het jaar 9 CE. Romeinse legioenen werden door de Germanen in een val gelokt en massaal afgeslacht. Een slachtpartij van die grootte moet zijn sporen wel nalaten en dat is ook zo. Er zijn veel restanten gevonden.

Wij waren geheel alleen in het museum en konden dus rustig alles bekijken. Het feitelijke museum is ondergebracht in de ‘Turm’, opgetrokken uit roestig ijzer. Dat was op een zeker moment modern, alles lekker laten wegroesten. Wat daar getoond wordt, is bijna niets. We begonnen met twee uitgesproken matig tot slechte filmpjes. De tweede film ging over ‘Hoe zou de wereld eruit zien als de Germanen verloren hadden’? Zinloze vraag. Verder werd uitgebeeld met poppetjes hoe groot een legioen is. Er waren een paar schedels en botjes, een paar munten, dat soort zaken. Buiten werden er bomen gesnoeid, we waren dus iets beperkt in onze bewegingsvrijheid. Maar veel was het niet. Het geheel is vooral ingesteld op scholieren, die vanuit het hele land en soms van daarbuiten komen. Als geïnteresseerde particulier kan ik het niet aanraden. Heel ver rijden voor vrij weinig.

15B Großsteingrab Bei den Düvelskuhlen

 

Waar de reuzen sliepen…
Hunebedden in Emsland zijn schaars. Alleen hier bij de „Düvelskuhlen“, bij de „Deymanns Mühle“ (Groß Stavern) en in Groß Berßen zijn er megalieten van dit bouwtype te vinden. In tegenstelling tot de voor deze regio typische oost-west georienteerde „Emslandse grafruimte“ is de oorspronkelijke grafkamer in noord-zuidelijke richting gelegen en is het graf met een afmeting van 6 x 3 meter relatief klein. Van de uit vier traveeën bestaande ruimte zijn negen draag,- en drie dekstenen bewaard gebleven. Het graf bevindt zich bijna in het midden van de rechthoekige steenzetting van wel 19 bij 5,5 meter. In totaal staan er nu nog 20 stenen op hun oorspronkelijke plek; de overige stenen zijn weggesleept en niet meer op hun oude plaats te vinden. Vanwege deze lange zetting worden dergelijke graven in de volksmond ook wel als hunebedden aangeduid. De naam verwijst hier Ietterlijk naar de middeleeuwse ideeën – dat alleen reuzen in staat waren zulke gigantische bouwwerken te creëren.

 

 

Natuurlijk zijn het geen reuzen geweest en waren er ook geen bovennatuurlijke krachten nodig voor de bouw van deze neolithische werken. Eenvoudige technische hulpmiddelen waren voor de mensen uit de vroege steentijd voldoende. Het transport van de loodzware zwerfkeien, die in de ijstijd door gletsjers hierheen gebracht zijn, gebeurde met behulp van trekdieren en houtrollen. De draagstenen werden met hefbomen kaarsrecht in de voorgegraven gaten geplaatst. De draagstenen werden bijna tot aan de rand in het zand ingegraven. Hierop konden vervolgens, met behulp van rollen en trekdieren, de dekstenen worden geplaatst. Vervolgens werd het hele grafwerk met aarde bedekt en de heuvelvoet een stenen zetting bevestigd – in zijn geheel een technisch meesterwerk!
Coördinaten (Google Maps): 52°48’45.4″N 7°28’56.0″E

Verslag op Flickr

Verslag Google Foto’s

 

Bewaren

Bewaren

Beschaving …

Onlangs las ik een artikel over de opgraving bij het riviertje de Tollense in oost Duitsland. Daar is een compleet slagveld aangetroffen van zo’n 3500 jaar oud. Het is daar hard aan toegegaan, er liggen honderden doden. De deelnemende krijgers lijken uit heel Europa te komen en gezien hun eerdere verwondingen was dit wel hun laatste maar voor velen niet hun eerste slag. Europa noordelijk van de Alpen is altijd als een oninteressant gebied gezien, Zuidelijk had je grote beschavingen die grote oorlogen voerden. Nu dit slagveld is gevonden blijkt Noord Europa toch wel interessanter. Want het ging hier om getrainde krijgers. Waar en waarom haal je  die overal vandaan? Er was dus duidelijk meer organisatie en samenhang. Jammer dat zo’n oorlog dat moet tonen.

Zie het artikel HIER. De nummering bij de plaatjes is heel handig. Van nummer ‘3’ meende ik aanvankelijk dat het een door hevige stress afgeschoven opperhuid ging, dat bleek echter kleding te zijn. Nummer ‘4’ blijkt geen toverstok, maar een heus zwaard!

Ik kwam bij dit artikel via de nieuwsbrief van Livius.org . Maandelijks alle nieuws over opgravingen en geschiedenis. Aanrader!

Beschaving…

Onlangs las ik een artikel over de opgraving bij het riviertje de Tollense in oost Duitsland. Daar is een compleet slagveld aangetroffen van zo’n 3500 jaar oud. Het is daar hard aan toegegaan, er liggen honderden doden. De deelnemende krijgers lijken uit heel Europa te komen en gezien hun eerdere verwondingen was dit wel hun laatste maar voor velen niet hun eerste slag. Europa noordelijk van de Alpen is altijd als een oninteressant gebied gezien, Zuidelijk had je grote beschavingen die grote oorlogen voerden. Nu dit slagveld is gevonden blijkt Noord Europa toch wel interessanter. Want het ging hier om getrainde krijgers. Waar en waarom haal je  die overal vandaan? Er was dus duidelijk meer organisatie en samenhang. Jammer dat zo’n oorlog dat moet tonen.

Zie het artikel HIER. Grappig is de nummering van het plaatje. Bij ”4′ denk je waarschijnlijk eerst dat het een toverstaf is of i.d. om dan vervolgens verbijsterd te lezen dat het een zwaard is. Bij ‘3’ dacht ik eerst dat het gezien de stress een afgestoten opperhuid was. Echter, geheel onverwacht, was het kleding!

Ik kwam bij dit artikel via de nieuwsbrief van Livius.org . Maandelijks alle nieuws over opgravingen en geschiedenis. Aanrader!

Bewaren

Bewaren

17C Lähden-Nord

Dem Betrachter bietet sich auf den erster Blick ein scheinbar heilloses Durchein ander von wahllos. gesetzten Steinen. Doch bei genauerem Hinsehen ist der Bauplan der „Emsländischen Kammer“ noch zu erkennen: ein doppelter Steinkranz, dessen Steine auf der Südseite fast vollständig verloren sind, begrenzte dieses Grab. Eine Besonderheit, die sich nur noch bei dem sehr gut erhaltenen Grab „ln der Kunkenvenne“ in Thuine findet. Von der in Lähden wohl 15jochigen Kammer sind noch einige Tragsteine am Originalplatz vorhanden, zehn der ehemals 15 Decksteine sind erhalten, von denenaber nur noch vier am ursprünglichen Platz liegen. Ein auf vier Tragsteinen liegender Deckstein in der Mitte des Grabs wird als Tordeckstein eines nicht mehr vorhandenen Zugangs gedeutet.
170423 Hunebed 17C (20)
170423 Hunebed 17C (17)
170423 Hunebed 17C (16)
170423 Hunebed 17C (15)
170423 Hunebed 17C (11)
170423 Hunebed 17C (3)
170423 Hunebed 17C (2)

17B Hüven Süd

Die Großsteingräber bestehen aus einer Grabkammer, die aus mächtigen Findlingen errichtet worden ist. Die Tragsteine sind aufrecht in einem Fundamentgraben eingesetzt. Sie haben eine tragende funktion und bilden die Wand der Grabanlage. Um die Außenseite wurde eine feste Felseinpackung gelegt. Dafür ist ein Boschung aus Sand und Erde bis in die Höhe der Oberkante der Träger oder Wandsteine geschichtet. Über die Außenböschung wurden die Decksteine aufdas offeneRechteck der Kammerwand geschoben. Die Last einesDecksteines wurde durch je einen Trägerfindling an den Längseiten der Grabkammer aufgefangen. Die Lücken zwischen den Wandsteinen füllte ein Trockenmauerwerk aus kleinen Felssteinen, so daß eine dichte und innen glatte Kammerwand entstand. Den Boden der Grabkammer bildet ein Pflaster vonnkleinen Felssteinen. Darauf liegt normalerweise eine mehschichtige Steingrusfüllung aus Granitgrus in einer Mächtigkeit von 40-60 cm, die mit dem Keramikmaterial der Kammer durchsetzt ist. Die Öffnung als Zutritt zur Kammer ist in der Regel an einer südlichen Längsseite. Manchmal wird der Eingang durch aus Findlinge gebildeten Gang markiert. Dieser Typ von Steingräbern wird ‘Ganggrab’ genannt. Der Eingang kann durch einen gespaltenenn Findling als Tür verschlossen werden. Bei diesen Grab ist die Kammer gut erhalten. Sie ist Nordost-Südwest orientiert. Der Innenraum hat eine Größe von 5×2 m. Die 8 Trägersteine sind alle vorhanden und liegen in situ, die Decksteine ebenfalls. Das Grab liegt in einen Hügel der 16×22 meter groß ist.
170423 Hunebed 17B (8)
170423 Hunebed 17B (7)
170423 Hunebed 17B (6)
170423 Hunebed 17B (5)
170423 Hunebed 17B (4)

Bewaren

14F Großsteingrab Auf Bruneforths Esch

Het graf bij Bruneforths Esch is een van de grootste en mooiste megalietgraven in Emsland. Een rij van 11 traveeën vormt een grafkamer van wel 25 meter lang. Van de oorspronkelijk 11 dekstenen zijn er drie al in de 19e eeuw vernield en weggevoerd. Ook bij een aantal nog aanwezige stenen van dit graf zijn vernielingen gevonden. Opvallend bij dit graf is dat de ruimte aan beide smalle kanten bij de ingang is ingekort, van 3 meter naar 1,8 meter. Ook de ingang bij de naar binnen getrokken lengtekant vertoont opvallendheden: hij steekt bijzonder ver de grafkamer in. Dit leidt tot het ontstaan van nissen aan weerszijden van de ingang, wat normaal gesproken met het blote oog niet te zien is.
Zo was het
Zo is het nu…

18D Steenhus in Börger

Het ,,Steenhus“ is een van de drie overgebleven megalietgraven in Börger. Ca. 180 meter ten noordoosten van dit graf liggen de ,hunestenen’, een sterk vernield graf van ongeveer dezelfde grootte als het Steenhus met nog vier dek,- en elf draagstenen. Ca. 250 meter ten zuidwesten van dit Steenhus bevindt zich nog een ander, nog meer afgebroken, graf met slechts een dek,- en vijf draagstenen. ln de oost-west georiënteerde grafkamer van het Steenhus zijn negen van de oorspronkelijk elf dekstenen bewaard gebleven. Van de elf draagstenen aan de lengtekant ontbreekt alleen aan de noordkant een draagsteen, ook de draagstenen aan de smalle kant zijn aanwezig. Van de ovale steenkrans, die om de kamer heen lag, is slechts een enkele steen naast de ingang overgebleven.
18D Steenhus in Börger
18D Steenhus in Börger
18D Steenhus in Börger
Het graf van koning Surwold. Ongeveer 5 km ten noorden van Börger bevond zich ooit een ander groot graf, waarvan er slechts een vlakke heuvel van ongeveer 29 bij 16 meter over is gebleven. Hier zou volgens een legende het graf van de ,koning van Surwold’ gestaan hebben. Het graf heeft zijn naam te dan ken aan een inscriptie in een van de stenen. De inscriptie heeft natuurlijk niks met het schriftloze stenen tijdperk te maken, de tijd waarin de graven werden gebouwd. Beschrijvingen en opgravingsberichten’ uit 1613, 1670 en 1886 werden na onderzoeken van de archeologe Dr. Elisabeth Schlicht in 1963 bevestigd: derhalve bestond er een oost-west georiënteerde steenkamer met zeven -voor die tijd buitengewoon grote dekstenen, en een waarschijnlijk even grote grafruimte. Op een deksteen zou geschreven staan: ,,Hier ligt begrawen Künnik Suurboldt, ln eenen goldenen Huusholdt“.