Humanist

Een paar dagen geleden zag ik de boodschap van Mohammed El Bachiri. De beste die ik in tijden heb gezien. Zijn Jihad voor de liefde en goede onderlinge verstandhoudingen. De zin die naar mijn idee het meest opviel en waar het betoog eigenlijk om draaide, was de opmerking ‘allereerst ben ik mens’. Een waar woord. Daaruit volgt eigenlijk alles. Vanuit mijn mens zijn en menselijk verstand interpreteer ik de wereld. En verlangens en angsten hebben wereldwijd grote overeenkomsten. Een Humanistisch Moslim zou uitstekend overweg moeten kunnen met een Humanistisch Christen of een Humanistisch Atheïst. En is het tweede deel van het Grote Gebod ook niet ‘Heb uw Naaste lief als Uzelf’? Eigenlijk heb ik hier verder niets aan toe te voegen.

 

Waar is God?

Zoals iedere ochtend begin ik mijn werkdag met een gebed van www.gewijderuimte.org. Dat is van de Jezuïeten. Je wordt uitgenodigd om na te denken over jezelf, je omgeving, God. Deze ochtend was de eerste regel: ‘Alles wat me overkomt, heeft invloed op wie ik word’. Een waar woord. Het betekent ook dat ik moet sturen op wat me overkomt. Ik kan niet alles beïnvloeden, maar veel dingen ook wel. Niet mijn ouders, het gezin waar ik opgroeide en nog veel meer niet. Maar ik kan wel keuzes maken. Wil ik een eerlijk mens zijn? Een kwaadspreker? Een oplichter of een mens met compassie? Met welke mensen wil ik omgaan? Daar is nog veel te doen en dat kan op veel manieren. Zelf ben ik gecharmeerd van de benadering van Benjamin Franklin, zie deze site.
De Jezuïetensite begint vaak met het gegeven dat God in alles is, in elke adem, in elk atoom, overal. Als kind leerde ik dat God ‘alomtegenwoordig’ was. Dat begrip werd nooit uitgewerkt. Het voelde als: wel overal, maar niet in alles. Maar Hij zag je dus wel  overal!
 De Jezuïeten benadering betekent dat ik, om God te leren kennen, niet alleen naar buiten moet, de natuur, de Bijbel etc, maar ook naar binnen. Hij is in mij. Door mijzelf te kennen, kan ik ook God kennen. Dit is een heel oude wijsheid, van alle tijden en van alle streken. Het trof me vanmorgen, vandaar dit stuk.De tekst was vanmorgen:
 
Lucas 6,20-26
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen op, keek zijn leerlingen aan en sprak:
“Zalig gij die arm zijt, want aan u behoort het Rijk Gods. Zalig die nu honger lijdt, want gij zult verzadigd worden. Zalig die nu weent, want gij zult lachen. Zalig zijt gij wanneer omwille van de Mensenzoon de mensen u haten, wanneer zij u uitstoten en u beschimpen en uw naam uit de samenleving bannen als iets verfoeilijks. Als die dag komt, springt dan op van blijdschap, want groot is uw loon in de hemel. Op dezelfde manier behandelden hun voorvaderen de profeten. Maar wee u, rijken, want wat u vertroost hebt ge al ontvangen. Wee u, die nu verzadigd zijt, want ge zult honger lijden. Wee u, die nu lacht, want ge zult klagen en wenen. Wee u, wanneer alle mensen met lof over u spreken, want hun voorvaderen deden hetzelfde met de valse profeten.”
 
Ineens zag ik  de thema’s van Anthony de Mello, ook een Jezuïet, vooral de laatste regel. Laat je niet leiden door wat anderen van je vinden. Je wordt afhankelijk van hun mening (die niet eens oprecht hoeft te zijn en altijd tijdelijk is), je verliest jezelf en het leidt tot niets. Zie mijn bespreking van zijn boek.