Triniteit

Een aardige gedachte over de drie-eenheid die ik hoorde tijdens de retraite in Thuine was het volgende: het is een negatieve theologie. Met ‘negatief’ wordt dan bedoeld dat je niet kunt zeggen wat God is, Hij is ondefinieerbaar. Je kunt je toevlucht nemen door een opsomming van wat hij allemaal NIET is, in de zin van ‘God is niet dit, niet dat’. Wat overblijft en niet gezegd kan worden is een aanwijzing voor het wezen van God. Maar dat leidt uiteindelijk ook tot niets. De leer van de triniteit (Drie-eenheid) draagt ook al niet bij tot duidelijkheid. Want voor ieder persoon in de triniteit geldt hetzelfde: als je iets zegt over God de zoon is dat nooit compleet, want hij is ook Geest, Vader. En datzelfde geldt natuurlijk voor uitspraken over de Geest en God de Vader. Het zijn geen 3 personen die in hetzelfde huis wonen of iets dergelijks (zie het plaatje), dat zou polytheïsme zijn. De Rabbijnen in de middeleeuwen hadden dat ook al bedacht. Ze konden wel vrede hebben met de christelijke triniteitsleer, want als je het omdraait, positief maakt, is God OOK Zoon, Vader, Geest (Uit: ‘Is dat niet de zoon van Jozef?’ – Pinchas Lapide). Met deze leer worden slechts drie eigenschappen of manifestaties van God genoemd. En dat is beperkt, maar niet onwaar.

Bewaren

Franciscanessenklooster in Thuine, maart 2015

Eén of twee keer per jaar ga ik met mijn OFS gemeinschaft uit Assen naar het klooster in Thuine, Duitsland. Het is daar altijd goed toeven. Thuine ligt net als Heede in het Emsland, zo ongeveer 85 km van mijn huis. Het was nu nog in de 40-dagentijd, dan worden de beelden en het grote mozaiek in de kerk met een doek bedekt, een gordijn in geval van het mozaiek. Er is voldoende tijd voor ontspanning en contemplatie, daarnaast wordt het weekeinde besteed aan een thema, in dit gevalhet leven en werk van de filosoof Gabriel Marcel (1889-1973). Onder de link vind je wel enige informatie over zijn leven en denken.
Wat mij uit het hart is gegerepen is het citaat uit ‘Om de menselijke waardigheid’ van G.M., dat weer een citaat uit ‘Penseés’ van Pascal is: 

‘Ik zie die eindeloze diepten van het heelal mij omvatten, en ik zie mij geplaatst  in een hoekje van die onmetelijke uitgestrektheid, zonder dat ik weet waarom ik juist hier ben geplaatst en niet ergens anders, noch waarom de kort spanne tijds die mij is gegeven om te leven, mij juist op dit punt is toegewezen en niet op enig ander punt in de eeuwigheid die aan dit ogenblik is voorafgegaan, of in die welke nog zal volgen.  Ik zie aan alle kanten slechts oneindigheden die mij insluiten als een atoom en als een schaduw, welke slechts een ogenblik zichtbaar is om dan nimmer weer te keren!’

 

Erg mooi is ook het gedicht van Rutger Kopland
dat in het kader van dit thema aan de orde kwam:
 
Onder de appelboom
 
Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom
ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom
 
toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom
 
en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was
 
gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

 

Rutger Kopland, Verzamelde gedichten, 11

Uitvoering in Heede

Vanuit de kerst- en integratiegedachte bezochten wij zondag avond een muziekuitvoering van de Heeder Musikverein. Het was in de kerk, het is een katholieke vereniging denk ik. En daar is een interessant verschil met bijvoorbeeld de ‘Gereformeerd Vrijgemaakte kerken (tegenwoordig GKV). Daar had je ook regelmatig dit soort uitvoeringen, maar dat was ook wel een gemeenschaps gebeuren. Pauze, koffie, koek, dat soort zaken. En vooral, voor dat het allemaal los ging was de hele kerk vervuld van stem geluid. Klepperdeklep en blabla.
Zo niet hier. We kwamen een kwartier van te voren binnen, in doodse stilte. Het orkest zat er al en keek in stilte voor zich uit. Er werd geen woord gesproken, de stilte werd af en toe verbroken door een jengelend kind. De mensen die binnenkwamen knielden even alvorens zij de bank inschoven.
Hier is denk ik een groot verschil tussen Katholieken en Protestanten in het algemeen. Voor een Protestant is een kerkgebouw een gebouw. Punt. Dat kun je ook voor allerlei andere doeleinden gebruiken. Als er te weinig geld is desnoods voor een popconcert.
In het Katholieke is het kerkgebouw een soort tempel, plaats waar ‘Lichaam van Christus’ ligt opgeslagen, waar de vieringen plaatsvinden. Voor geen enkel ander doel dan dat wordt het gebouw gebruikt.
Typisch Duits is wel (of typisch Heeders?) is dat de hoekplek van en bank automatisch betekent dat je geacht wordt naar het midden toe op te schuiven. Moet je in Nederland maar voorbij de hoekzitter struikelen, hier schuif je op.
Het optreden was overigens wel grappig.