Overslag

In de vroege steentijd voltrok zich een belangrijke gebeurtenis in de
cultuurgeschiedenis van de mensheid: de “neolithische revolutie”.
Tijdens een eeuwenlang proces ontwikkelden de rondtrekkende jagers en
verzamelaars z|ch tot honkvaste akkerboeren en veehouders. Met deze
nieuwe manier van leven werd er voor het eerst drastisch ingegrepen in
het tot dan toe nog ongerepte landschap. Bossen moesten gerooid worden
voor de aanleg van akkerbouw en de bouw van dorpen met vaste woonhuizen
uit hout, leem en stro. De eerste boeren verbouwden vooral graan, maar
ook peulvruchten zoals erwten, linzen en duivenbonen stonden op het
menu. Naast honden, die al sinds 10.000 v. Chr. de trouwe begeleiders
van mensen zijn, werden er ook geiten, schapen, koeien en varkens
gehouden. Voor het eerst werd er ook vaatwerk van klei gefabriceerd.

 

In de vroege steentijd voltrok zich een belangrijke gebeurtenis in de cultuurgeschiedenis van de mensheid: de “neolithische revolutie”. Tijdens een eeuwenlang proces ontwikkelden de rondtrekkende jagers en verzamelaars zich tot honkvaste akkerboeren en veehouders. Met deze nieuwe manier van leven werd er voor het eerst drastisch ingegrepen in het tot dan toe nog ongerepte landschap. Bossen moesten gerooid worden voor de aanleg van akkerbouw en de bouw van dorpen met vaste woonhuizen
uit hout, leem en stro. De eerste boeren verbouwden vooral graan, maar ook peulvruchten zoals erwten, linzen en duivenbonen stonden op het menu. Naast honden, die al sinds 10.000 v. Chr. de trouwe begeleiders van mensen zijn, werden er ook geiten, schapen, koeien en varkens gehouden. Voor het eerst werd er ook vaatwerk van klei gefabriceerd.
Geloof in het hiernamaals
De mensen in het stenen tijdperk hadden groot respect voor hun overledenen – zo blijkt uit de enorme toewijding bij de bouw van het graf. De giften in de graven spreken voor een zeer uitgesproken geloof in het hiernamaals. Bijna alle keramieken zijn gebroken, niet door de druk van het zand en de ingestorte dekstenen, maar zijn hoogstwaarschijnlijk al tijdens de begrafenisceremonies kapot gegooid. De plekken van de vondsten verwijzen naarhet geloof in een reis naar een andere wereld, waarbij het persoonlijke bezit (sieraden, wapens) en vaatwerk en voedsel nodig waren. Dit bewijst ook het meegeven van bijvoorbeeld graankorrels in eigen vaten. Ongeacht welke religieuze opvattingen hierachter stonden: toen al geloofde men dat de dood slechts een overgang naar een andere wereld is, die zo goed mogelijk
afgelegd moest worden.
Kleren maken de man
De honkvaste bevolking in de tijd van de megalieten was in staat om vanuit hun lemen vlechtwerkhuisjes vlas, hennep en brandnetelvezel (netelstof) en eventueel ook al schapenwol te spinnen tot garen en te verweven tot stof. Vondsten van spinnenwielen en weefgetouwen zijn hiervan het bewijs. Vastgemaakt aan een houten wiel, doen deze als reusachtig hulpmiddel uitziende spinnenwielen tijdens het draaien dienst als ‘vliegwiel’. Middels het gefabriceerde rad konden losse vezels tot een draad worden gespannen en deze op zogeheten weefgetouwen tot doeken worden verweven. De aan het kaarsrechte weefgetouw hangende kettingdraden werden met behulp van een weeftoestel gespannen, meebewegende staafjes openden de verschillende waaiertjes. Van zulke houten weefgetouwen hebben echter alleen de schakelgewichten het eeuwenlange bestaan onder de grond overleefd.
Zowel aan de Nederlandse als aan de Duitse kant staan nog heel wat hunebedden (Dolmen). Op deze Pagina een overzicht.
——————————–
Deutsch:Das als „Steenhus“ bezeichnete,
schön erhaltene Steingrab setzt sich
aus neun Jochen – gegenüberliegen-
den Tragsteinen mit Deckstein – zu-
sammen. Die Tragsteine stehen bis auf
wenige Ausnahmen noch an Ort und
Stelle, von den neun Decksteinen sind
sechs in die Kammer gesunken, ein be-
sonders mächtiger, ca. 3,1 m x 1,9 m
große Deckstein markiert den Eingang
zur Grabkammer. Auffällig bei diesem
Grab ist,dass die nördliche Längswand
keine gerade Flucht bildet, sondern in
der Mitte mit ca. 2,3 m Breite zu nur
1,8 m Breite an den Enden des Grabs
bauchig ist. Rätsel geben zwei in die
Kammer gesunkene Steine auf, die als
Tragsteine gedeutet werden oder aber
auf eine Unterteilung der Grabkammer
hindeuten könnten. Solche Untertei-
lungen von Grabkammern kommen ei-
gentlich nur in Mecklenburg-Vorpom-
mern, Schleswig-Holstein und Jütland
(Dänemark) vor.Nederlands:
Het mysterie van de stenen
Het als „steenhus“ aangeduide, mooi behouden grafwerk be-
staat uit negen traveeën – tegenover elkaar liggende draag-
stenen en een deksteen. De draagstenen staan, een enkele
uitzondering daargelaten, nog op dezelfde plek. Van de ne-
gen dekstenen zijn er zes in de grafruimte gezakt, een bijzonder statige,
ca. 3,1 x 1,9 meter grote deksteen markeert
de ingang naar de grafruimte. Opvallend bij dit graf is dat de
noordelijke lengtewand geen rechte lijn vormt maar, met een
breedte van ca. 2,3 meter in het midden en een lengte van
slechts 1,8 meter aan het einde van het graf, wat buikig van
vorm is. Mysterieus zijn de twee weggegleden stenen, die als
draagstenen werden aangeduid maar ook als opdeling van
de grafruimte gezien kunnen worden. Zulke opdelingen van
grafruimtes komen eigenlijk alleen in Mecklenburg-Voorpom-
meren, Sleeswijk-Holstein en Jütland (Denemarken) voor. 

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Etwas nachgeholfen
Wie die Spitze eines Eisbergs  ragen von dem 14jochigen Grab auf der  Südseitete 14, bzw. auif der Nordseite 15 Tragsteine aus dem Erdboden, zehn Decksteine sind noch vorhanden. Interessant ist,
dass zwei der Tragsteine wohl ein klein wenig zu kurz eraten waren und mit der Anlage eines etwa kopfgroßen Findlins ‘nachgeho|fen’ wurden. Ein Phänomen, dass auch bei den Polden-
hunensteinen (Station 20b)  und dem Steingrab in Werlte (Station 20a) zu beobachten ist.
Der ovale Steinkranz, der auch dieses Grab umgibt, ist auf der Südseite noch recht gut erkennbar, wenn auch viele Steine nicht mehr an ihrem ursprünglichen Standort stehen. Vom Zugang an der südlichen Längswand sind drei Tragsteine und der mächtige Deckstein von ca. 2,2 m x 1,6 m vorhanden.Met een beetje hulp…
Als het topje van een ijsberg steekt het uit 14 traveeën be-
staande graf uit de grond; met aan de zuidkant 14, en aan de
noordkant 15 draagstenen. Tien dekstenenen zijn er nog aanwe-
zig. Het interessante is dat twee van de draagstenen zelfs nog
een klein beetje te kort waren en met de steun van een zwerf-
kei ter grootte van een hoofd een handje werden geholpen.
Een fenomeen dat ook bij de Polderhunebedden (station 20b)
en het graf in Werlte (station 20a) te zien is. De ovale steen-
krans, die ook dit graf omringt, is aan de zuidkant nog redelijk
herkenbaar. Vanaf de ingang aan de zuidelijke lengtekant zijn
drie draagstenen en de grote deksteen met een omvang van
ca. 2,2 bij 1,6 meter aanwezig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.