14 a – b Großsteingrab Deymanns Mühle

Op een kleine heuvel in de buurt van het riviertje Nordradde bevindt zich een groep van vier dicht bij elkaar gelegen hunebedden. Ondanks de deels grote vernielingen zijn er nog steeds verschillende bouwtypen te onderscheiden. Het eerste graf wijkt door zijn zuid-noordelijke ligging af van de andere oost-west georiënteerde stenen. Het gaat hier om de resten van een kleine stenen ruimte van ongeveer 2,2 meter lang. Het tweede graf bestaat uit twee traveeën en
is ongeveer 3×2 meter, de ingang bevond zich hoogstwaarschijnlijk aan de zuidkant. De boringen in een van de draagstenen verwijzen naar een doelgerichte vernieling van dit graf. Het derde graf is met een lengte van 7,7 meter aanzienlijk groter en bestaat uit negen traveeën. Bij het laatste graf gaat het om een zogenaamd hunebed; een kleine ruimte is omringd door rechthoekige, omhoog staande stenen.
Een hele tijd lang kon men zich niet voorstellen, dat de machtige hunebedden zonder technische hulpmiddelen door mensenhanden zijn gebouwd. Het idee dat niemand anders dan de ‘reuzen’ stenen zou kunnen vervoeren en vervolgens gestapeld kunnen hebben, leidde tot het woord ‘hune-bedden’. Alle graven met lange rechthoekige steenzettingen werden met ‘hunebed’ aangeduid, een term die tegen-woordig nog steeds gebruikelijk is. Ook is het niet verwonderlijk dat er talrijke sagen en legendes rondom de graven uit het stenen tijdperk de ronde doen. Er wordt gesproken van kegelende en slapende reuzen, van reuzen die hun schoenen uitgeschopt hebben, en natuurlijk van duivel, die het heidense bouwwerk geschapen en gebruikt heeft.
 

Das Hünenbett ist das auffälligste der vier Gräber dieser Gruppe, das Hünenbett. Überwiegend finden sich im Emsland Gräber vom Typ ‘Emsländischen Kammer’ mit z.T. überlangen Grabkammern und rund-ovaler Steinfassung. Die Kammer des Hünenbetts ist mit 4 Jochen und einer Ausdehnung von etwa 6×3 meter vergleichsweis klein, dadfür aber ist der rechteckige gesetzte steinkreiz mit etwa 33 m Länge und 7 m Breite von herausragender Grösze.
Al sinds 1825 hebben Adokat uit Aschendorf en Heinrich Bödiker uit Landverness talrijke hunebedden in voornamelijk geruïneerde staat
gevonden. lnheemse boeren hadden de ‘heidense werken’ vernield, kleine stenen afgevoerd en de grotere draagstenen opgeblazen. Nog steeds getuigen de boorgaten, waarin dynamiet werd gestopt,  van de pogingen de stenen op te blazen. De stenen werden voor grotere doeleinden, bijvoorbeeld straat- of kerkbouw verkocht. Op basis van een petitie gaf de „Koninklijke Hannoversche Landdrostei“ de opdracht dat deze merkwaardige gedenkstenen uit een ver verleden alom bewaard moesten blijven op de plek waar ze zich bevonden. De vernieling van de graven werd bestraft met 10 resp. 15 daalders. Ondanks deze eerste beschermende maatregel kon de roofbouw bij de hunebedden niet helemaal verhinderd worden.
 
De Nordradde

 

 

 

 

 

Een hele tijd lang kon men zich niet voorstellen, dat de machtige hunebedden zonder technische hulpmiddelen door mensenhanden zijn gebouwd. Het idee dat
niemand anders dan de ‘reuzen’ stenen zou kunnen vervoeren en vervolgens gestapeld kunnen hebben, leidde tot het woord ‘hune-bedden’.
Alle graven met lange rechthoekige steenzettingen werden met ‘hunebed’
aangeduid, een term die tegen-woordig nog steeds gebruikelijk is. Ook is het niet verwonderlijk dat er talrijke sagen en legendes rondom de graven uit het stenen tijdperk de ronde doen. Er wordt gesproken van kegelende en slapende reuzen, van reuzen die hun schoenen uitgeschopt hebben, en natuurlijk van duivel, die het heidense bouwwerk geschapen en gebruikt heeft.
4b
5a 5b
6a 6b

y