A Hidden Revolution – Rivkin

hiddenrevolutionEen studie over de Farizeeën. Hun Hebreeuwse naam was ‘Perushim’, op zijn Grieks ‘Pharisaoi’ een vertaling uit het Hebreeuws in de meervoudsvorm, vandaar de ‘oi’.
De schrijver probeert de Farizeeën vanuit drie bronnen te definiëren, namelijk Josephus, het Nieuwe Testament en de zgn. Tannaïtische literatuur, dat zijn de Mishna, Tosefta (een compilatie van de Joodse mondelinge wet uit de periode van de Mishna) en de Beraitoth.
Allereerst de geschriften van Flavius Josephus. Hieruit leidt de schrijver af dat de Farizeeën erg machtig waren en brede steun hadden van het volk. Ze hielden zich aan de geschreven wetten uit de Thora, maar ook aan de Ongeschreven wetten, die geacht werden overgeleverd te zijn door de Vaders. De Sadduceeën daarentegen hielden alleen de geschreven wetten. Toen koning en hogepriester Johannes Hyrcanus zich tegen de Farizeeën keerde en zich aansloot bij de Sadduceeën, brak er een hevige burgeroorlog uit. Na lange tijd en strijd kwamen de Farizeeën weer aan de macht. Josephus noemt ook nog dat de Farizeeën naar verhouding mild waren en geen doodstraf zouden uitspreken bij bv belediging van de koning.
Josephus beschrijft de Farizeeën als de eerste van de hereseis. De tweede hereseis zijn de Sadduceeën, de derde de Essenen en de vierde wordt genoemd de hereseis van Judas. Rivkin vertaalt het woord als ‘school of thought’. Hij spreekt nadrukkelijk niet van ‘secte’, omdat de verkeerde associaties oproept.
Op basis van Josephus zijn beschrijvingen komt Rivkin tot de volgende omschrijving: De Farizeeën waren een haeresis, ‘a school of thought’ en hadden de brede steun van het volk. Ze waren experts in interpretatie en uitleg van de wet, propageerden matigheid en rede, waren toegewijd aan rechtvaardigheid en deugd, het stimuleren van wederkerigheid en vriendelijkheid, hun geloof in beloning of straf na de dood.
Het was geen orde of iets dergelijks. Als het nodig was schuwden ze geen geweld als het ging om handhaving van de wet, het waren geen religieuze zwevers. Ze hadden overeenkomsten met de Stoïcijnen.
Wat niet duidelijk wordt is wat voor wet die ‘Ongeschreven Wet’ was.
Hij gaat verder met de Bijbelse bronnen. Die zijn vaak vijandig naar de Farizeeën, maar dat maakt niet uit. Het gaat om de informatie die wordt geleverd. En het valt meteen op dat ‘De Wet’ en belangrijk thema is. De uitbarsting in Mattheus 23:2-39 laat zien dat de Farizeeën autoriteit hadden over de Hele wet, en dat ze vroom en rechtvaardig leken. Duidelijk gedrag dus. Ze stellen vast dat Christenen deze wet ondermijnden en omdat ze de autoriteit hadden een de geleden waren, besloten ze de Christenen uit roeien. Dat sport met hun gedrag zoals dat is af te leiden uit Josephus. Jezus vecht voortdurend hun autoriteit aan. Ze zouden hun ongeschreven weet boven de Pentateuch stellen. De Farizeeën schieten meteen in hun oude reflex om de Ongeschreven Wet te beschermen. Ze proberen zich een beeld te vormen van Jezus om hem eventueel te kunnen oppakken.
De uiteindelijke definitie van Farizeeër is uiteindelijk: een groep geleerden die volledig toegewijd was aan de geschreven en de mondeling overgeleverde wet. Ze hadden veel prestige, waren erg invloedrijk. Ze hadden zoveel macht dat er geen twijfel was over hun ‘zitten op de stoel van Mozes’.
Een diepgaande studie van het nieuwe Testament levert een soortgelijke definitie op. Een definitie uit het Johannes evangelie geeft een beperktere, maar geen wezenlijk andere definitie op.
En dan nu de Tannaïtische literatuur. Die bestaat uit verschillende geschriften, waaronder de Mishna. Ook daarin zijn geen andere eigenschappen te vinden die al genoemd zijn. Samengevat zijn de verschillende definities van ‘Farizeeër niet helemaal congruent, maar spreken elkaar niet tegen.
In de ‘Wijsheid van Jezus Sirach’, waarschijnlijk geschreven tussen 195 en 170, komt de term Farizeeër niet voor. Ook niet een andere visie op het Jodendom dan de Pentateuch hanterende Aäronitische. Omdat Jezus Sirach intensief schrijft over vele zaken, behalve over Farizeeën of groepen die daar op lijken, is het waarschijnlijk dat ze toen nog niet bestonden.
Interessant is het volgende: met de belemmering van de hogepriester blijkt er ineens een grote synagoge te zijn waar ook nog besluiten worden genomen, inclusief het aanstellen van een nieuwe hogepriester. En het starten van een nieuwe kalender. De Mishna verondersteld de Farizeïsche revolutie en volgt niet logisch uit de Pentateuch, is zelfs incongruent. Het geloof in de opstanding de doden komt naar voren in de Mishna, er wordt gesteld dat herleidbaar is uit de Thora (wat niet het geval is). Dat diskwalificeert de Sadduceeën bij voorbaat.
Het is een revolutie geweest die nergens duidelijk staat beschreven, alleen zo tussen de regels door wordt het duidelijk. Door het ingrijpen van de Farizeeën werd iedere jood door de wet aangesproken en niet alleen bepaalde groepen. Wat ze teweegbrachten is een internalisering van de wet. Wetten neigen naar externalisering: ‘Wat mag hier wel en daar niet, dus wanneer moet ik waar zijn als het hier verboden is’. Met het internaliseren van de wet kun je er niet voor vluchten, je neemt het mee. Want God is jouw God, en die gaat overal met je mee.
Uiteindelijk hebben de Farizeeën het Christendom en later ook de Islam voorgebracht. Ook hier speelt hetzelfde, de wet wordt geïnternaliseerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.