Categoriearchief: Achtige_Kunst

Mensen van kleur

Een van de merkwaardigste uitdrukkingen van de laatste tijd is, naar mijn idee, ‘mensen van kleur’. Dat lijkt me slecht Nederlands, bedoeld wordt waarschijnlijk ‘gekleurde mensen’. Ik vermoed dat het letterlijk vertaald is uit het Engels, zoals zo vaak. Overigens ook opvallend: in de reclames zien we tegenwoordig meer zwarte mensen dan op straat. Chinezen en hindoestanen enzo niet. Ook hier lijkt de situatie uit de VS rechtstreeks overgepoot te worden naar Nederland.

Je hebt kasten van hout, flessen van glas, kastelen van zand en zo heb je blijkbaar ook mensen van kleur. Tamelijk heftige uitdrukking. Temeer omdat hiermee eigenlijk bedoeld wordt alle mensen die NIET BLANK zijn. Je hebt dus blanken en anderen. Nogal racistisch, zou ik zeggen. Ook dat heeft weer te maken met de nieuwe ontwikkeling dat we blanken ‘wit’  moeten noemen. Maar laten we wel wezen, tenzij je alleen maar zwart/wit kunt zien is alles kleur. Blanke mensen zijn meestal tamelijk roze en als ze blozen bijna rood. De meeste zwarte mensen zijn een variant bruin. De running mate van Joe Biden Kamala Harris wordt in de pers ‘zwart’ genoemd, zie o.a. HIER en test je vermogen kleur te zien. Waar ligt ergens de kleur grens om ineens niet meer blank te zijn maar zwart of andersom? Blank-98 of Zwart-43? En wat zouden de bruine mensen daar van vinden en de chinezen zien dat vast ook weer anders.

Ik heb de Donald Duck er eens op nageslagen. In de klas van Kwik, Kwek en Kwak zitten kinderen van allerlei kleuren, ook blanke kinderen. Voor het inkleuren van de figuurtje is een soort oranje achtige kleur gekozen. De enige witte leerlingen zijn Kwik, Kwek en Kwak. In Duckstad zijn de enige witten de eenden. Dagobert is zo’n ‘oude witte eend’.

Volgens artikel 1 van de grondwet is discriminatie verboden, al heel lang. Discriminatie is onderscheid maken op basis van niet relevante kenmerken. Racisme is dus verboden, maar het gaat verder dan dat. Ik ga al jaren om met mensen van allerlei huidtinten, atheïsten, moslims, hindoes, grefo’s, huidskleuren in alle varianten. Nooit een probleem. En nu ineens is het een probleem. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Een beetje minder woke mag wel.

Pidgin Engels

Enige maanden geleden was er in Veendam (dat ligt in de provincie Groningen) een valwind. Ik zag de filmpjes al snel op YouTube en Twitter. Je zult er maar midden inzitten. Op de nieuwspagina werd aangegeven dat er een valwind (downburst) was geweest. Dat Engels moest er wel achter, waarom weet ik niet. Nu wel: zeer recent was er een downburst (valwind) in midden Limburg. Het bericht was precies in die volgorde gesteld. Downburst (valwind). Als het nog een keer voorkomt, kan er nu met een gerust hart alleen ‘downburst’  worden geschreven en raken we weer een Nederlands woord  kwijt. Waarom wij er op ingesteld zijn om het Nederlands zo snel mogelijk af te schaffen is mij een raadsel. De laatste verassingen mijnerzijds las ik vorige week: “De massa moet gemute worden en daarna ge-educate”. Werkelijk, ik verzin dit niet! Eigenlijk zou ik nu moeten schrijven: “Ik verzin dit niet, wolla”. Dat is wel zo ‘woke’.

Tota wiedersechwanoo (Middeleeuwse groet, betekent ‘Tot Ziens’).

Sie und du

Vrij naar het boek van Martin Buber (Ich und Du). Op de MAVO, toen ik nog Duitse les kreeg, werd mij altijd verteld dat het gebruik van ‘du’ in Duitsland geen goed idee was. Het moest zijn: ‘Sie’! Dat idee is ook later diverse keren genoemd. In de tijd dat we ons aan het voorbereiden waren om naar Duitsland te verhuizen werd nog steeds ernstig gewaarschuwd voor ‘du’.

Toen we dus kennismaakten met onze nieuwe Duitse buren zou ik net ‘Sie’ zeggen, of ze waren me al voor: ik moest vooral ‘du’  zeggen. Jaren later heb ik in toenemende mate de indruk dat het hier in het Emsland ongeveer net zo gaat als aan de Nederlandse kant. ‘U’  bestaat nog wel, maar alleen de eerste paar zinnen, daarna wordt het al heel snel ‘jij’. Vorige week las ik dat de Deutsche Bahn, voorwaar geen klein bedrijf, in haar communicatie en Werbung over zal stappen van ‘Sie’ naar ‘du’. Dan is het hek van de dam lijkt mij en wordt het voor Nederlanders weer iets makkelijker en slaat de verpaupering ook hier toe.

Dag van de moedertaal 2020

Dit keer ben ik twee maanden te laat met mijn bericht, ik was het bijna vergeten. Een recente mail die begon met ‘Dag Friends’ maakte dat ik toch maar weer ga schrijven. Want ‘Dag Friends’ is precies wat er gebeurt. We hebben dat gehad met ‘Kids’. Aanvankelijk klonk dat leuk, een beetje stoer. Echter, op dit moment heeft ‘kids’ het woord ‘kinderen’ volledig verdrongen. Er zijn steeds meer Engelse woorden die een beetje vernederlandst worden en zo in het taalgebruik terecht komen. Vooral in het bedrijfsleven. ‘Shit’ bestaat al heel lang, ‘Fuck’ iets minder lang maar ondertussen al heel gewoon. ‘OMG’ oftewel ‘Oh My God’ is schering en inslag. Als je dan herhaalt ‘O Mijn God’ krijg je meestal mistige blikken, of ‘Hoe bedoel je?’ In brede kringen van de samenleving merk ik dat pasgeborenen de meest bizarre Engelse namen krijgen. Vaak ook nog ergens met een komma erin. Arme stakkers. Vooral zogenaamde BN’ers zijn daar goed in. De meest exotische namen voor hun kinderen, het liefst sterk Engels aandoend. Volgend jaar schrijf ik wel verder, ik word hier wat moedeloos van.

Dag van de Moedertaal 2019

Op 21 februari was het Internationale Moedertaaldag. Een moment om stil te staan bij je eigen taal en of dat nu ook inderdaad een moedertaal is. Deze dag staat in het teken van de taalkundige en culturele diversiteit en de meertaligheid. Voor de UNESCO zijn talen het instrument om het culturele erfgoed levend te houden.
Mijn vader was een Fries, ik heb geen Fries geleerd en dat spijt me zeer. Ik kan echter erg goed de tongval nadoen. Mijn moeder was een Overijsselse, Overijssels heb ik ook niet geleerd, maar ik kan het redelijk goed nadoen. Ik heb mijn eerste 7 jaren in Rotterdam gewoond en red me ook nu nog redelijk met de tongval. Vanaf mijn 7e woonde ik in Groningen (Delfzijl, dat is ook niet echt Groningen) en heb daadwerkelijk iets meegekregen van het Gronings. Een echte Groninger hoort het verschil onmiddellijk, maar de inspanning wordt gewaardeerd. Ik heb er in mijn werk nog regelmatig plezier van. Over dat Gronings: dat is een uitstervende taal. Ik heb daar eerder over geblogd, zie HIER.
Het Nederlands is aan veel veranderingen onderhevig en die komen, zo is mijn indruk, vrijwel allemaal uit de Verenigde Staten. Wat daar al eerder is gesignaleerd is het eindigen van een zin in een soort vragende vorm. Vooral, of alleen, vrouwen doen dat. De intonatie aan het einde van een zin gaat omhoog, vaak in een golfje. Het is interessant om te dat te horen. Ook de ‘Gooische R’, die eigenlijk, hoe kan het ook anders, Amerikaans is, werd aanvankelijk vrijwel alleen door vrouwen gebruikt. Ik kan me de schrik nog herinneren (het was op een symposium in Utrecht) dat er een man een lezing kwam houden met een vreselijke Amerikaanse ‘R’. Daarna werd dat al snel normaal.
Ook nu zijn er interessante maar hinderlijke wijzigingen.
Een jaar of tien geleden hoorde ik van een jongetje dat hij was uitgescholden voor ‘leeuw’. Hij vond het vreemd, want dat was toch geen scheldwoord? Ik vond het zelf ook een vreemd verhaal. Maar jaren later viel bij mij het kwartje. Wat is er loos? De ‘l’ aan het eind van een woord verdwijnt! Let maar eens op wat men zo zegt: “kijk, daar vliegt een meeuw”. Maar ook: ‘Brood maak je van meeuw”. Zo moet het ook met dat scheldwoord gegaan zijn. Alles krijgt nu een andere betekenis. Welke ‘leeuw’ zal Holland houden bijvoorbeeld? Een uitzondering is het woord ‘school’. Ook daar verdwijnt de ‘l’ maar het wordt hier ‘schoo’, waarbij de lippen in een rondje getuit worden. Een en ander hoor je ook nu vooral bij vrouwen. Die beginnen meestal 5 a 10 jaren eerder met dit soort taal wendingen.

Als we het nationaler trekken, het Nederlands, daar blijft ook niets van over, het verwordt tot een soort ‘Pidgin Engels’, maar niet als tweede, maar als eerste taal. Recent kreeg ik een ‘reminder’ voor een ‘kick-off meeting’ in Utrecht. Een eerder symposium, met hetzelfde type uitnodiging, opende met ‘storytelling’. Eén van de sprekers zei op een gegeven ogenblik (in één zin, echt waar): “mind you, er zijn pitfalls’ daar moet je mee dealen”. Overigens wordt ‘Deal’ niet meer als zodanig uitgesproken, het wordt ‘dieuw’. Leuk is ook dat je tegenwoordig ‘in the lead’ moet zijn, en een ‘stakeholder’ (hoewel ik ook al steakholder ben tegengekomen). Een interessante is ook ‘sale’. Hadden we vroeger uitverkoop, dat is er niet meer, het werd ‘sale’. Alleen, hoe verwerk je dat in een reclame? Het heeft echt enige tijd geduurd voor iemand durfde te zeggen “Het is sale bij … “. Kinderen hebben we ook al niet meer, het zijn ‘Kids’.
In ‘Quora’ de Duitse versie kwam ik recent de vraag tegen: “Is het een goede zaak om in het land waar je met vakantie bent of woont, de nationale taal te spreken?” Het antwoord: “Ja, dat is altijd goed, behalve in Nederland en Denemarken. Als je daar geen vlot Nederlands of Deens spreekt, dan verwachten ze dat je overgaat in het Engels. Dat heeft ook mogelijk te maken met het feit dat de vele engelstalige televisieprogramma’s, worden ondertiteld, niet nagesynchroniseerd.”
Over de moedertaal nog een laatste opmerking. Het valt mij op dat Nederlanders uiteindelijk van alle buitenlanders verwachten dat ze Nederlands leren, behalve als ze goed Engels spreken. Ik ken een aantal immigranten die al 10 jaar hier wonen en niet uitgedaagd worden om Nederlands te spreken, omdat iedereen wel Engels kent. In Duitsland, waar veel Nederlanders wonen, is het interessant te zien dat veel nederlanders daar geen Duits leren, ze doen toch alles in Nederland? De maximale integratie is dan niet op zondag grasmaaien. Maar Duits leren? Ho maar.

Ik kan zo nog een A4’tje vullen, dat zal ik niet doen. Denk er eens over na.
Prettig ‘weekend‘.

Führerschein

We hebben hier in Duitsland allerlei mijlpalen gehad. De koop van het huis (!), alle geregel er omheen: verzekering, TüV auto, nieuw paspoort aanvragen en vooral: etc.

Onderschat het niet, er zijn mensen die denken dat je even de grens overwipt en daar gaat wonen en alles blijft bij het (Nederlandse) oude. Dat is niet het geval. De laatste (?) hindernis die nog door mij genomen moest worden, was het rijbewijs. Het begon al wat te kriebelen, nog maar 6 maanden dan loopt mijn rijbewijs af! Op een blog las ik iets over hoe dat ging: volle wachtruimtes, nummertjes trekken, uren wachten, geschoffeerd worden. Het ging hierbij om Meppen. Duitse ambtenaren zouden horken zijn. Dat is goed mogelijk, voor de telefoon komen ze vaak niet verder dan drie woord zinnen en gooien dan de hoorn er weer op (echt waar!).

Maar het rijbewijs: googelen leverde bitter weinig op. Ineens zag ik iets over ‘Ausländer’. Daar val ik toch ook onder? Die moesten binnen een half jaar hun rijbewijs opnieuw aanvragen, hun eigen rijbewijs zou niet meer geldig zijn. In de overtuiging een EU rijbewijs te hebben reed ik al 3,5 jaren met mijn oude NL rijbewijs. Bij incidentele grenscontroles werd er niets van gezegd, ik heb er Probefahrten mee gemaakt en zelfs een auto gekocht. Ik heb toch niet 3 jaren met een ongeldig rijbewijs gereden? Nee! Als je een EU rijbewijs hebt kun je dat blijven gebruiken tot de eind datum!

Het viel allemaal erg mee. We vonden uiteindelijk de plek waar we moesten zijn: Kreis Meppen, Ordeniedrung 1, 49716 Meppen. Een passerende beambte leidde ons naar de juiste gang, een klant wees ons een kantoortje waar een aanvankelijk zeer afstandelijke dame ons te woord stond. Ik overhandigde de benodigde zaken: paspoort, rijbewijs, meldebescheinigung, pasfoto. Omdat het een EU rijbewijs was, was een en ander snel geregeld. Betalen (EU 35,–) en weer weg. Dat afrekenen gaat aan een kassa automaat in de gang. Je krijgt een wit Emsland pasje, dat moet je meenemen, in de gleuf steken en dan kun je met je bankpas of contant afrekenen. De beambte ontdooide vrij snel en bleek zelfs sympathiek.

Vandaag kon ik het rijbewijs halen, ik kreeg een schriftelijke mededeling. Het was ook mogelijk om het te laten opsturen. We zijn er weer geweest, naar binnen, rijbewijs ‘umtauschen’ en weer weg. Ik ben nu echt Duitser!

Weer geen hunebed!

Het is toch om dol van te worden. Uitgerust met coördinaten, kaarten  en het vertrouwen dat het nu allemaal goed zou komen, ging ik op pad. Ik heb opnieuw een groot deel van het Emsland gezien, best wel mooi. Op een zeker moment werd ik van de grote weg geleid, zandweggetjes met veel waterplassen. Daar zou ergens een hunebed liggen. Nee  dus. Dit was vlakbij Vrees. Mooie rit, opnieuw geen hunebedden.

Koukleumen

Een van de redenen dat ik deze blog schrijf, is om het soms subtiele verschil tussen Duitsers en Nederlanders te bespreken. In de grensstreek alhier wordt er toch minder over en weer beïnvloed dan je zou denken, er zijn duidelijke verschillen. Wat me bijvoorbeeld al vaker is opgevallen, is dat Duitsers bij lekker frisse temperaturen meteen dikke mutsen, wanten, sjalen en dikke jassen dragen. In ieder geval in oost Groningen is dat toch echt anders. Zie bijgevoegd voorbeeld van ‘Achtige Kunst’.

Hunebedden Vrees

De titel van dit stuk kun je dubbel opvatten, dat wordt wel duidelijk. Het is mij al vaker opgevallen dat Nederlanders denken dat alleen in Drenthe Hunbedden staan. Dat klopt absoluut niet, want in Duitsland heb je er veel meer. Maar waarom weten die Nederlanders dat niet? Welnu: de Duitsers hebben ze verstopt! Een jaar geleden reed ik met een collega rond Thuine, op zoek naar Hunebedden. Ze waren onvindbaar, hoewel ik toch echt een kaart had waar ze op stonden!
Vandaag was ik op zoek in de ‘gemeinde Vrees’, voor de derde keer. We vonden de vorige keren niets, en nu ook niet. Geen bordjes, niks. We hebben de afgelopen maanden natuurlijk elders wel wat Hunebedden gevonden, maar alleen omdat we langs alle denkbare weggetjes reden. Mijn conclusie is dan ook dat Duitsers Hunebeddenvrees hebben, dat blijkt het duidelijkst in Vrees.

Weggebruikers DE en NL

Regelmatig maken we een wandeling, zowel in NL als in Dld. Daarbij valt op dat als je over een smalle autoweg loopt en je wordt gepasseerd door een auto, de auto in NL nauwelijks uitwijkt. Dat doe je als voetganger maar. In Dld weten ze niet hoever ze aan de kant moeten rijden, inclusief met vaart vermindering. Het viel me pas goed op, toen ik in Markhausen zelf de automobilist was en weliswaar vaart verminderde maar naar Nederlandse zede gewoon de weg bleef volgen. Dat gaf verontwaardigde blikken. Als je in de grensstreek door auto’s met en Duits kenteken rakelings wordt gepasseerd, moet dat dus Nederlanders zijn.
Overigens, ik rijd vaak tussen Onstwedde en Stadskanaal, een smalle kronkelweg waar je desondanks vaak wordt ingehaald, ook als je 84 rijdt. Opvallend vaak vrouwen waarbij het niet uitmaakt of het nu kleine autootjes zijn of grote poenkarren. Toch eens een studie naar doen.

Dutch side of the border

Als oprechte grensbewoner zie ik ook de andere kant van de grens, ‘Gene Zijde’, Groningen. Ik houd dat scherp in de gaten! In Nederland, maar heel duidelijk in Groningen, zie je een soort taalstrijd.
In het Nederland als geheel is men druk doende het Nederlands over te laten gaan in een soort ‘Pidgin 
Engels’. En dan niet als tweede taal, maar als hoofdtaal met bijbehorende uitspraak. Dat de ‘r’ al lang en breed verdwenen is, is symptomatisch. Ik hoor zo nu en dan mensen die vroeger een gewone ‘r’ hadden en nu ineens een vreselijk gepolijste Amerikaanse ‘r’. Over het aantal Engelse woorden dat het Nederlands ondertussen is binnengeslopen zal ik het later hebben. Feit is dat in bv de Evangelische Kerken het Engels als het nieuwe Latijn wordt gebruikt. Wijsheidsspreuken op bordjes, stickers(!) en vooral op Facebook zijn vrijwel altijd het Engels, dat lijkt mooier. Nederlands wordt eigenlijk als niet helemaal echt, een beetje achterlijk weggezet. ‘Motherfucker’ klinkt toch aanmerkelijk beter dan moederneuker, of niet dan? En wie roept er nou “Poep!” Dat moet toch echt “Shit” zijn! Engels als tweede taal, dat riep Rutte ook al. Maar we worden niet tweetalig. We worden halftalig.
Maar wacht, er is iets vreemds aan de hand. Want Engels is beter dan Nederlands, maar Nederlands (lees ‘Hollands’) is weer veel beter dan Saksische dialecten Twents, Drents, Gronings). Want die zijn ‘boers’ en dus achterlijk. Op het Journaal zul je dus nooit iemand horen die ‘ennetjes inslikt’[1]. De ‘zachte g’ mag wel, elke Hollandse tongval ook, desnoods licht Fries. Dat is goed doorgedrongen in Groningen. Het gevoel een minderwaardig taaltje te spreken heeft gevolgen voor het dagelijks leven. Een aantal oorzaken zijn de houding van de rest van het land en de scholen. 
In Groningen is men nu van mening dat Gronings lelijk is. Je krijgt er een achterstand van. En kinderen die Gronings spreken, nee, dat kan ècht niet! Ollands, dàt is het! En Engels!
Nu is het in het verleden inderdaad vaak voorgekomen dat kinderen alleen in dialect werden opgevoed. En als je dan later met Nederlands aan de slag moet, ja dat is even slikken. Maar het lukt wel. Belangrijk is dat men in Nederland, en vooral ook in Groningen, meer oor moet hebben voor TWEETALIGHEID. Er is niets mis met Gronings, dat hangt af van hoe je het gebruikt. Er zijn in Groningen gebieden zijn waar men actief tweetalig is en dat gaat prima. Als je daar geen beleid op hebt, geen afspraken over maakt dan gaat het niet goed. Bijvoorbeeld: “Tegen de kinderen praten we Ollands, maar tegen elkaar Gronings”. Dat is geen tweetaligheid, dat is halftaligheid. Een fenomeen dat we ook in het Nederlands hebben met de overdadige aanwezigheid van het Engels.
Naar mijn mening is het Gronings van kleine kinderen zeer charmant. Buig niet voor de neerbuigendheid van westerlingen met hun rare uitspraak en ‘Gooische R’. Proat plat!

 

[1] Het leuke hier in Duitsland is dat ze hier het Saksisch hebben uitgevonden. Hier hòòr je ‘ennetjes zu verschlucken’ Als je dat niet doet, word je nooit nieuwslezer! Ik doe het hier naar hartelust. Herrlich!

Dexterius de Wijze

Vandaag vond ik een tekeningetje terug, gemaakt tijdens een symposium op gelinieerd papier. Ik was toen bezig om een gefingeerde wijze te creëren, iemand die een nieuwe religie zou stichten en waarmee ik me kon vereenzelvigen. Zijn naam werd Dexterius. Ik kwam op die naam vanwege (1) het boek ‘De linkerhand van het Duister – Ursula LeGuin’ De titel slaat op een uitspraak in het boek: “De linkerhand van het duister en de rechterhand van het licht” en (2) vanwege de kleuter geleerde uit de tekenfilmserie ‘Dexters Laboratory‘. Dexterius dus. Het werd desondanks een wat goedkope heilige, een knorrige figuur die veel pseudowijsheden genereerde en dat in Oud Nederlandsch deed zodat het zwaarder klonk.

Maar hij was wel aardig.
In dit tekeningetje zit de heilige Dexterius even buiten Roodeschool in een slootwal, slechts gekleed in een eenvoudige pij met kap (Ik had me net aangesloten bij de Franciscanen, vandaar). Het is nieuwjaar, het vuurwerk verlicht de hemel. En hij (zielig) zit buiten in de vrieskou van het besneeuwde land en aanschouwt het vuurwerk. Op de schets zie je hem van achteren, tegen zijn kap aan, de opgerichte neus laat zien dat hij omhoog kijkt. Dexterius heeft de laatste tijd weinig visioenen gehad. Misschien moet ik daar eens wat aan doen!