Categoriearchief: Hunebedden

Großsteingrab 3B ‘Darpvenner Steine I’ (Sprockhoff 900)


De stenen ruimte van de „Darpvenner Stenen l“ is met een omvang van 15,5 bij 1,5 meter een zeer indrukwekkend verschijnsel. De wandstenen zijn vrijwel volledig behouden gebleven en de enige deksteen die nog op de stenen rust (oorspronkelijk waren het er tien) maakt het makkelijker voor te stellen wat voor een imposante werking dit megalietengraf moet hebben gehad. Op de weg hier naartoe komt de bezoeker aanwijzingen naar de “Hünenburg” tegen – deze aanduiding geeft de hoge concentratie aan graven uit het stenen tijdperk in het gebied Schwagstorf aan.

Ganggraven in het Osnabrücker Land

Niet alleen in deze regio zijn de graven zo ruim vertegenwoordigd; in heel Europa zijn rijen stenen, stenen kisten en tempels uit grote stenen gebouwd. De Noord-Duitse megalietgraven zijn bijna uitsluitend in de vroege steentijd, tussen 3500 en 2800 v. Chr., gebouwd. De kern van het bouwwerk is de gelijkvloerse grafruimte. Deze bestaat uit losse, naast elkaar geplaatste ‘jukken(een ‘juk’ = twee draagstenen en één deksteen) en de sluitstenen aan de smalle kanten. De tussenruimtes werden opgevuld met metselwerk uit kleinere rolkeien. De bodem van de grafruimte bestond uit een laagje vlakke stenen. In de door heel Osnabrücker Land gelegen graven zijn korte gangen aangetroffen, die met behulp van zwerfkeien gebouwd zijn. Jammer genoeg is hiervan weinig overgebleven, dit komt met name door de voormalige aardophogingen en de vele aangelegde zettingen rondom de grafruimtes.

Coördinaten
MAPcode FSD.S4S

Lees verder

Großsteingrab 3A Dreihauser Steine (Sprockhoff: nr 903)

Terug naar Großsteingräber overzicht

Ook wel ‘Großsteingrab Schwagstorf I’ genoemd. Alle wand,- en dekstenen van dit grote hunebed zijn op hun plek gebleven, de wandstenen bevinden zich zelfs gedeeltelijk nog in de dezelfde positie als toen ze gebouwd werden. Daarentegen zijn de elf dekstenen door de eeuwen heen voor een groot deel in de open ruimte gezakt. Met de rond 1 cm diepe inkepingen behoren deze stenen van Driehaus tot de zogenaamde ‘kommetjes’,- of ‘schaaltjes’ stenen, die op verschillende plaatsen in Europa te vinden zijn. Anders dan de springgaten, die bij veel grafstenen in de 19de eeuw aangebracht werden, hebben de schaaltjes met name een cultische betekenis en zijn – doordat ze zijn ontstaan in de late steen- of bronstijd bijna net zo oud als de hunebedden zelf.

Ga met de muis op deze foto staan en bekijk de hele serie.

Alle Wand- und Decksteine der hiesigen Anlage sind vor Ort geblieben, die Wandsteine sind zum Teil sogar in entstehungszeitlicher Lage positioniert. Hingegen sind die elf Decksteine im Laufe der letzten Jahrtausende in die Kammer verrutscht. Mit den flachen, rund 1 cm tiefen Einkerbungen zählen die Driehauser Steine zu den so genannten Näpfchen- oder Schälchensteinen, die sich vielerorts in Europa nachweisen lassen. Anders als die Sprenglöcher, die vielen Großsteingräbern im 19. Jahrhundert zugefügt wurden, haben die Schälchen gemeinhin kultische Bedeutung und sind mit ihrer Entstehungszeit in der späten Jungstein- oder Bronzezeit beinahe so alt wie die Megalithanlagen selbst
Coördinaten: 52.360015, 8.197791
MAPcode: FSL.JDB

Großsteingrab 2 Jeggen (Sprockhoff: nr 922)

Großsteingrab 2 Jeggen

Großsteingrab 2 Jeggen Het hunebed Jeggen behoort, dankzij de imposante grootte van de zwerfkeien en de van veraf zichtbare ligging in de open veldvlakte tot de meeste bezochte steengraven in net Osnabrücker Land. Al in 1895 werden zij door het toenmalige provinciebestuur opgekocht. Sindsdien is de verzorging en inrichting van deze plek in handen van een aantal vrijwilligers uit Jeggen en de naastgelegen gemeenten. De meeste van de in totaal 16 grafstenen staan -net als meer dan 5000 jaar geleden- rechtop en steken opmerkelijk ver boven de grond uit. De dekkende stenen zijn ook in zeer goede staat gebleven, zij zijn slechts gedeeltelijk in de 17×3 meter grote ruimte gezakt. Sinds 1990 zijn er tijdens werkzaamheden regelmatig losse brokstukken van aarden vaten – toenmalige grafoffers- gevonden.

Großsteingrab 20B Poldenhünensteine (Sprockhoff: Nr. 829)

Een mooi hunebed. De bewegwijzering was weer tamelijk slecht, bij toeval vonden we dit exemplaar alsnog. Het ligt wat afgelegen, mooie plek. Zie voor details Stonepages.de. Dit is Großsteingrab 20B ‘Poldenhühnensteine’ bij Spahnharrenstätte. 20B is de nummering van de ‘Straße der Megalithkultur’ (zie die website). Sprockhoff nr 829. Sprockhoff deed in Duitsland hetzelfde als van Giffen in Nederland. Hij telde en nummerde alle hunebedden in het hele land. Dit hunebed is klein maar fijn! Het kleine ganggraf is slechts gedeeltelijk bewaard gebleven. Behalve de middelste deksteen ontbreekt ook de oostelijke afsluitsteen, waardoor de daadwerkelijke grootte van de grafkamer lastig kan worden ingeschat. Ook hier werd overigens, net als bij de graven in de Klöbertannen (station 18b) en Werlte (station 20a), een draagsteen passend gemaakt met behulp van een zwerfkei ter grootte van ongeveer een hoofd. Aan de zuidelijke lengtekant zijn nog twee stenen van de zetting aanwezig. De ligging hiervan laat zien dat hier de ingang van het graf geweest zou kunnen zijn. Want de ruimte aan de oostkant bestond waarschijnlijk uit één travee meer dan dat deze nu bestaat. Of de ‘Poldenhunenstenen’ een ovale steenkrans hadden of met een rechthoekige zetting tot één van de weinige hunebedden in de regio kan worden gerekend, zoals Ernst Sprockhoff vermoedt, is niet duidelijk.

Großsteingrab 18D Steenhus in Börger (Sprockhoff: Nr. 819)

Het ‘Steenhus’ is een van de drie overgebleven megalietgraven in Börger. Ca. 180 meter ten noordoosten van dit graf liggen de ‘hunestenen’, een sterk vernield graf van ongeveer dezelfde grootte als het Steenhus met nog vier dek,- en elf draagstenen. Ca. 250 meter ten zuidwesten van dit Steenhus bevindt zich nog een ander, nog meer afgebroken, graf met slechts een dek,- en vijf draagstenen. ln de oost-west georiënteerde grafkamer van het Steenhus zijn negen van de oorspronkelijk elf dekstenen bewaard gebleven. Van de elf draagstenen aan de lengtekant ontbreekt alleen aan de noordkant een draagsteen, ook de draagstenen aan de smalle kant zijn aanwezig. Van de ovale steenkrans, die om de kamer heen lag, is slechts een enkele steen naast de ingang overgebleven.