Categoriearchief: Jodendom

Kriminalgeschichte des Christentums 01 – Karlheinz Deschner

Dit is een serie van maar liefst 10 boeken. Er gaat dus behoorlijk wat mis binnen het Onbetwijfeld Christelijk Geloof! Want daarover gaat dit boek. De schrijver houdt zich niet bezig met theologie, slechts met feiten voor zover bekend en met intenties waarin bepaalde teksten geschreven zijn, ook al zijn ze niet letterlijk waar. Hij gaat niet over de heilshistorie of iets dergelijks, hij schrijft alleen over misdaad en corruptie.

Hij begint met een opsomming van alle ‘Heilige Oorlogen’ waarbij iedereen die niet Jahwe diende, werd uitgeroeid. Vrouwen, kinderen, vaak ook nog vee, alles. Steden werden verwoest, paarden de pezen doorgesneden, absolute terreur in naam van de Enige Ware God. De Moslims deden dat later ook niet kinderachtig, maar een stuk soepeler. Ik heb me dat als puber ook weleens afgevraagd, wat is dit allemaal voor gemoord, maar ja, het was allemaal ‘heilsgeschiedenis’ en zo. Zelfs na de terugkeer van de Joden uit de ballingschap begon het hele ge-emmer weer opnieuw. De ‘vreemde vrouwen en kinderen’ moesten worden weggestuurd, alles moest weer Joods en raszuiver. Let wel, zoals beschreven in de christelijke Bijbel.

Ik heb het boek nog niet uit, maar ik ben het nu al met Marcion eens: de god van het Oude Testament is niet de God van het Nieuwe Testament. Ook Jung dacht in die richting (Antwoord op Job).

Keer na keer hetzelfde: opstand vanwege de enige ware God, soms ook sterk aangezet door de priesterkaste (die overigens flink in de slappe was zat). Andersom werden de Joden vrijwel niet gediscrimineerd en bezaten o.a. in het Romeinse rijk veel voorrechten. Het probleem is het monotheïsme dat door de Christenen en later door de Islam is overgenomen. Polytheïsme is per definitie tolerant, monotheïsme  kan niet anders dan intolerant zijn. Maar hoewel ik nog lang niet aan deel 10 toe ben, weet ik wel dat zowel Jodendom als Christendom een enorme ontwikkeling hebben door gemaakt die niet perse verkeerd is. Dat wil ik toch wel alvast in gedachten houden. Ik denk dat het goed is dat er dit soort boeken geschreven worden zodat christenen met een heldere, niet geheel door theologie beslagen blik naar zichzelf en hun geschiedenis kunnen kijken.

The Chosen – Chaim Potok

Sinds 1988 staat dit boek in mijn boekenkast. Nooit gelezen, tot nu. Het verhaal begint ergens in de oorlogsjaren. Een groep liberale joodse jongens speelt een baseball wedstrijd tegen groep Chassidische jongens. David Saunders slaat een bal keihard tegen het rechteroog van Reuven Het komt wat dat aangaat allemaal goed. Het wordt de aanleiding voor een diepe vriendschap tussen beide jongens. Reuven wordt geïntroduceerd in het Chassidische leven. Aan de orde komen de gebruiken, maar ook de geschiedenis van de Chassieden. Beide jongens zijn zeer intelligent, maar David is een fenomeen. Zijn vader spreekt niet met hem, alleen tijdens Thora studie. Tussendoor speelt de eindfase van de oorlog, de ontdekking van massamoord op de joden en de oprichting van de Joodse staat.
Dit mag wat saai klinken, maar dat is het absoluut niet! Het is een boeiend verhaal dat een beeld geeft van het Jodendom in New York in de 40er jaren.
Het boek bleek verfilmd, ZIE HIER (Vimeo), ik heb de film meteen gezien. Aardige film, heeft zelfs prijzen gewonnen, maar wat is een film meestal een slap aftreksel van een boek. In dit geval zèker.

Wat is een volk? (2)

Ook in de theologie is de vraag naar de definitie van een volk een thema. Ik het Oude Testament lezen we de geschiedenis van de Joden. De Joden zijn Gods uitverkoren volk. Zij kregen de Wetten zoals in de eerste 5 boeken (Pentateuch) is beschreven. In het Nieuwe Testament komen we diezelfde Joden weer tegen, als uitverkoren volk. Wat we ook telkens tegenkomen is de uitdrukking ‘Werken der Wet’. Dat is altijd zò geïnterpreteerd dat de Joden dachten door goede werken het eeuwig leven te beërven. Hoewel dat eeuwige leven niet bij alle Joden even vanzelfsprekend was (Farizeeën vs Sadduceeën). Vooral Paulus wekt de indruk dat de Joden het doen om iets te verdienen. Een stroming in de theologie die dat anders ziet wordt ook wel omschreven als ‘New Perspective on Paul’ (NPP).
Dat anders zien heeft met de definitie van ‘volk’ te maken, om preciezer te zijn, met ‘Jood zijn’. Want wanneer ben je Jood? Als je de werken der wet doet. De Joden zijn al het uitverkoren volk, ze zouden niets hoeven doen. Maar Joden doen de Werken der Wet en de mannen zijn besneden. Dat is de definitie.
Paulus leert dat voor Niet-Joden het geloof in God volstaat. En dat heeft automatisch werken tot gevolg. Je verdient niets met werken, maar ze volgen uit je geloof.
Hoe simpel kan het zijn!

Zie ook ‘ThePaulPage’.

The New Perspective on Paul – Kent L. Yinger

Een nieuwe visie op Paulus.
In dit boek wordt betoogd dat Paulus en ‘de Joden’ niet zo verschillend dachten. In het christendom is het algemeen aanwezige idee dat de Farizeeën scherpslijpers en letterknechten waren. Dat lijkt mogelijk heel anders te zijn. Joden waren Gods uitverkoren volk volgens het door Hem gesloten verbond. Dat betekende dat Joden geen goede werken hoefden te doen om zalig te worden, zoals zo vaak wordt gedacht, maar dat ze de werken der wet deden omdat ze al uitverkoren waren. Het is dan belangrijk om een definitie van ‘volk’ te hebben. Anders gezegd, aan welke kenmerken kun je zien dat iemand Jood was. Welnu, dat was eigenlijk eenvoudig. Een Joodse man was besneden, en iedereen hield zich aan de Wet. De ‘Werken der Wet’ waren dus niet noodzakelijk om het eeuwige leven te beërven, zij zijn het kenmerk van de Jood. Als Paulus stelt dat niet de werken der Wet iemand zalig maken, maar het geloof in Jezus Christus, dan zegt hij in feite alleen maar dat het heil niet alleen voor de Joden is, maar voor iedereen die in God gelooft.
Als je de dingen eenmaal op die manier gaat bekijken, dan worden veel zaken anders. Bijvoorbeeld de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. De Farizeeër zegt dan alleen maar dat hij dankbaar is dat hij jood is. De tollenaar voldoet daar niet aan. Maar hij gelooft in God.
Recent hoorde ik nog een katholieke pastoor in zijn preek een bekend karikatuur van Farizeeën neerzetten. Mensen die zichzelf erg belangrijk vonden en graag op de hoeken van de straten stonden te bidden.