De Laatste der Rechtvaardigen – André Schwarz-Bart

LaatsteRechtvaardigeOnlangs las ik het boek van Lapide: “Is dat niet de zoon van Jozef”? Daarin werd oa het boek ‘De Laatste der Rechtvaardigen’ genoemd. Ik heb het bij een antiquariaat gekocht. Beste lezer, wàt een boek!

Volgens een overlevering uit de tijd van de profeet Jesaja rust  de wereld op 36 Rechtvaardigen, de Lamed-Waf, die in niets te onderscheiden zijn van gewone mensen. Vaak zijn ze zelf niet bewust van het feit dat ze Rechtvaardige zijn. De Lamed-Waf zijn het verveelvoudigde hart van de mensheid. In hen worden alle smarten gegoten als in een vergaarbak. Dit verhaal gaat over een familie van Rechtvaardigen. Het geslacht Levy wordt gevolgd vanaf de Middeleeuwen. Van elke voorvader wordt het verhaal verteld. Het is natuurlijk niet vreemd dat, hoe dichter we bij de tegenwoordige tijd komen, hoe uitgebreider de familie besproken wordt. Een bijzonder tekenend verhaal:

In 1240  werd op bevel van Lodewijk de Heilige van Frankrijk een openbaar twistgesprek gevorderd van de Talmoedisten met de Kerk. Op een vraag van bisschop Grotius over de goddelijkheid van Jezus antwoordde rabbi Salomon Levy: “Als het waar is dat de Messias, waarvan onze oude profeten spreken, reeds gekomen is, hoe kunt u dan de toestand waarin deze wereld zich bevindt, verklaren?” “Edele heren, hebben de profeten niet gezegd dat er bij de komst van de Messias geen geween en gejammer meer op aarde zou zijn, eh… is het niet? Dat de leeuw en het lam samen zouden weiden, dat de blinde zou zien en de kreupele zou springen als… een hert! En ook dat alle volkeren hun zwaarden zouden omsmeden tot ploegscharen, eh… is het niet?” En eindelijk, met een droeve glimlach naar koning Lodewijk: “O sire, wat zou men er van zeggen, wat zou men er van zeggen, als u zou vergeten hoe een oorlog gevoerd wordt?” Naast allerlei andere maatregelen wordt deze Rechtvaardige op de brandstapel geplaatst.

Het boek is zò gedetailleerd, dat ik niet alles kan vertellen. Van rabbi Salomon ga ik meteen naar de Laatste: Ernie Levy. Hij is geen rabbi, een niet gewenst kind van niet gewenste ouders. Door zijn opa, die alles graag anders had gezien, wordt hij in zijn vroege jeugd ingewijd in de ‘Rechtvaardige’ voorgeschiedenis van zijn familie. Hij is (ook al wordt het nergens genoemd) absoluut schizofreen. Waan en werkelijkheid lopen bij hem dooreen. Op een zeker moment besluit hij dat hij hond moet worden, bijvoorbeeld. Zijn hele familie is dan al dood en vermoord door de Nazi’s.

Aan het eind van het verhaal ontmoet hij Golda, een meisje met een mank been. Ontstaan tijdens de vlucht voor een pogrom. Het klikt onmiddellijk tussen de twee, daar in Parijs. Ze worden opgepakt en ontmoeten elkaar weer in een concentratiekamp. Golda vraagt aan Ernie  waarom de Christenen toch zo’n hekel  aan de Joden hebben. Hij zegt: “Het is  heel mysterieus, ze weten het  zelf niet goed. Ik ben in hun kerken geweest, ik heb hun evangelie gelezen;  weet je wie Jezus was? Een doodgewone Jood, net als je vader, een soort Hassied. Ik wed zelfs dat ze het best met elkaar hadden kunnen vinden, die twee, want het was werkelijk een goede Jood, zie je, zo eentje als de Baal Chem Tov: een barmhartige, een zachtmoedige. De christenen zeggen dat ze hem liefhebben,maar ik geloof dat ze hem haten zonder dat ze het zelf weten; daarom nemen ze het kruis bij het andere eind vast en maken er een zwaard van en daar slaan ze ons mee!”…  “Die arme Jeshua, als hij eens op aarde terugkeerde en zag dat de heidenen een zwaard van hem gemaakt hebben tegen zijn broeders en zusters, o, hij zou bedroefd zijn, bedroefd zonder einde……”

“Begrijp je, hij was maar een gewoon Joodje, net als wij, een echte kleine Rechtvaardige, niet meer en niet minder dan al onze Rechtvaardigen…”.

Ernie is geen gelovige Jood, maar wel een Jood en ook een Rechtvaardige, hij is zich daar zeer van bewust aan het eind. Als hij in de treinwagons zit met alle angstige en stervende kinderen. Hij vertelt ze van alle over het Koninkrijk van de Joden, Israël. In de wagon zit een oude vrouw, een arts. Zij vraagt hem, met enige haat, “Hoe kunt u zeggen dat dit alles een droom is?” “Mevrouw, hier is geen plaats voor de Waarheid”. “Gelooft u dus helemaal niet aan wat u zegt?”

Ernie en de kinderen, zijn geliefde sterven in de gaskamers.

Ik kan me geen boek herinneren dat me zò diep geraakt heeft als dit boek. Een absolute aanrader, maar wel op eigen risico. Heel bijzonder.

Meer informatie over de schrijver: zie HIER

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.