Gods Philosophers – James Hannam

Wetenschap in de Middeleeuwen. De schrijver keert zich behoorlijk fel tegen alle lieden die de Middeleeuwen beschrijven als ‘duister, achtergebleven, stilstand’ etc. Deze terminologie komt met name uit de 17e eeuw en dan met name van protestantse zijde, waar men de katholieken allerlei vervelende zaken wil aanmeten. Feit is dat de Katholieke kerk geen probleem had met natuurfilosofisch onderzoek, want dat was het meestal. God had alles geschapen en was zelf niet gebonden aan natuurwetten. Maar Hij had zijn schepping zò gemaakt dat die bestudeerbaar was voor mensen. Zo kon je meer over God leren. Zowel in de Islam als het Katholieke Christendom was dit het uitgangspunt. De vrijheid van denken was groot, maar je moest niet in Theologisch gebied komen. Bijvoorbeeld de ‘atoomtheorie’ botste met de transsubstantiatieleer en werd dus aan banden gelegd. Er zijn maar weinig geleerden verbrand. Het ontleden van een lichaam gaf ook geen problemen. Vesalius werd niet verbrand, Servet wel, die was ook anatoom, maar werd door Calvijn (protestant) verbrand vanwege zijn ideeën over de triniteit. Het verhaal van Gallileo die met de brandstapel werd bedreigd als hij zijn stelling niet zou herroepen, ligt wat subtieler. De twist ging niet alleen over zijn astronomische denkbeelden, maar ook hoe hij de paus (Urbanus VIII) te kijk zette in één van zijn boeken. Katholieken waren gewend om Bijbelteksten niet altijd letterlijk te nemen. In de Middeleeuwen werd dus veel vooruitgang geboekt in de wetenschap, er werden veel uitvindingen gedaan. De Universiteit werd uitgevonden. De Zwarte Dood bracht een kentering in de ontwikkeling teweeg. Wat men in de Middeleeuwen vrijwel niet deed was experimenteren. Men schreef over wat men zag of meende te zien en verder was Aristoteles toch wel de verkondiger van de waarheid, ook als het niet klopte.

Interessant is de rol van het Latijn als lingua franca voor geleerden. Zij konden uit ieder land in Europa naar een andere universiteit trekken en gewoon in het Latijn verder argumenteren. De mobiliteit van geleerden was bijzonder groot. En alles was Katholiek, dat maakte het leven ook wel overzichtelijk. De rol van het Latijn als levende taal viel snel weg in de zg. Renaissance. Men vond het Latijn ineens plat en boers en het moest allemaal weer terug naar het ‘zuivere’ Latijn (dat waarschijnlijk nooit door iemand werd gesproken).
Hierboven heb ik alleen de algemene strekking van het boek weergegeven. De schrijver gaat plezierig diep in op allerlei ontwikkelingen uit die tijd. De middeleeuwers waren niet gek, er werd van alles ontwikkeld. Maar het was een gewelddadige tijd. Mensen werden meestal niet oud, stierven aan onbegrepen ziekten, werden uitgebuit door onbereikbare heersers, moesten meevechten in allerlei oorlogen. Je kunt alleen maar blij zijn dat je niet in die tijd leeft.
Een van de betere boeken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.