Der Wissenschaftswahn: Warum der Materialismus ausgedient hat – Rupert Sheldrake

Sheldrake is bekend van de hypothese over de Morfogenetische Velden. DNA is niet voldoende om de vorm van een levend organisme te bepalen. Vorm wordt gestuurd door de MF velden. Maar niet alleen velden, ook gedrag, natuurwetten enzovoorts. Maar dat kun je allemaal terugvinden in een ander boek. In dit boek gaat het met name over de materialistische wereld- en wetenschapsvisie. Van hem had ik al meer boeken gelezen: ‘The Presence of the Past‘ en ‘ Morphic Resonance‘. Hij heeft een duidelijk idee van hoe de wereld in elkaar zit en draagt dat ook vol energie uit. En ik moet zeggen, hij heeft me gedeeltelijk overtuigd, maar nog niet helemaal. Dit boek gaat vooral over het failliet van het materialisme en over hoe het dualisme stiekempjes onder andere termen weer binnen komt. In de 17e eeuw werd het materialisme erg populair. Net zoals we nu allerlei dingen vergelijken met computers (hersenen, geheugen etc) begon men destijds organische wezens met machines te vergelijken, de geest bestond niet meer, slechts als product van machinale activiteit. Dat is tegenwoordig nog zo. Alles moet vanuit het stoffelijke worden verklaard. Er zijn echter ook wel stemmen die aan het stoffelijke geestelijke kenmerken willen toekennen. Dat is niet een bewustzijn, maar de aanleg of bouwsteen van geest. Iets dat weer denkbaar wordt als de kleinste deeltjes feitelijk uit energie en golven bestaan.

Een vervolg daarop is gewoontevorming. Zou het niet zo kunnen zijn dat allerlei natuurwetten en constanten niet voor eeuwig vast liggen, een noodzakelijkheid zijn, maar materiële gewoontevorming? En zou het niet zo kunnen zijn dat de hele kosmos met alles wat daarin bestaat, niet alleen maar door oorzaak-gevolg voortgestuwd wordt, maar dat er ook een streven, een einddoel is? Sheldrake spreek hier van een Attractor. De ontwikkeling wordt niet alleen ‘gestuwd’, maar ook ‘getrokken’. Teleologie: trekken uit de toekomst of duwen uit het verleden?

Het is niet onwaarschijnlijk dat deze wetten ‘geleerd’ en ‘onthouden’ worden. Dat maakt ook dat ze niet voor eeuwig vast liggen en kunnen veranderen.
‘Panpsychisme’ wordt besproken, het idee dat iedere vorm van materie ‘iets geestelijks’ heeft. Het is hier zoeken naar woorden, het doet me denken aan de Samkhya filosofie.
Al lezend kom ik zijn ideeën over bewustzijn aan Sheldrake verondersteld een in de tijd terugwerkend bewustzijn dat door de ‘bereidheidspotentiaal’ start. Het betoog is natuurlijk uitgebreider dan deze zin.
Het gaat te ver om atomen bewustzijn toe te kennen, maar het gedrag van atomen kan met gewoontevorming verklaard worden.
Citaat van Bohm: “De vraag is of materie enkel grof en mechanisch is of steeds subtieler wordt en uiteindelijk niet meer te onderscheiden datgene dat wij ‘geest’ noemen “.
Hebben alle zelforganiserende systemen een geestelijke kant naast een fysische?

De genetica komt nog even voorbij. Hij citeert uit de vele onderzoeken, de euforie dat nu het menselijk genoom bekend is, alle ziekten zouden worden genezen en voorspeld. Dat bleek niet het geval. En het aantal menselijke genen is wel erg laag: De mens ongeveer 23.000, de fruitvlieg 17.000, de zee-egel 26.000 en rijst 38.000.
Het geheugen. Na Pavlov ging men geheugen en reflexen beschrijven als zg reflexbogen. De experimenten van Lashley op dieren, overigens gewoon dierenmishandeling, toonden aan dat conditionele reflexen in stand bleven na zware toegebrachte hersenschade. Het geheugen werd door hem omschreven als een soort resonantie tussen een zeer groot aantal neuronen. Zijn opvolger, Karl Program zei uiteindelijk: Het geheugen is overal, maar nergens in het bijzonder.

Waar hij uiteindelijk telkens weer op terug komt is het volgende: Waarom worden allerlei ideeën niet gewoon onderzocht, maar wel op basis van de heersende wetenschapsvisie meteen weggevaagd als onzin, onwetenschappelijk, etc? Veel is al onderzocht maar de resultaten worden niet geaccepteerd. Ik herken dat wel, ik ben het daarin met hem eens.

De evolutionaire achtergrond, oorzaak en consequenties van chronische systemische lage graad ontsteking – F.A.J. Muskiet

Een mooi overzichts artikel uit 2011. Het metabool syndroom (overgewicht, gestoorde glucose stofwisseling, hypertensie en atherogene dyslipidemie) zijn uitingen een ongezonde, westerse levensstijl.  Een belangrijk verschijnsel is hier de insuline tolerantie: er is meer insuline nodig om het glucose de cellen binnen te krijgen. Dit is echter een normaal aanpassingsmechanisme ingeval van bijvoorbeeld ernstige ziekte en voedselgebrek.

In deze situaties is het van groot belang dat de hersenen, die zo’n 20-25% van ons basaalmetabolisme verbruiken worden ontzien. Ook het immuunsysteem, dat evenals de hersenen ook op glucose draait, is in deze situatie een grootverbruiker (inactief 23%, actief eventueel het driedubbele). Andere organen en weefsel moeten het enige tijd zonder stellen. Lever, milt nieren en hart worden in feite opgeofferd. Deze en andere organen worden gedwongen om over te schakelen op vetverbranding. Het vetweefsel wordt gestimuleerd om vrije vetzuren te maken, de lever moet glucose aanmaken en triglyceriden gaan verspreiden.

Het is duidelijk dat een ontsteking grote invloed heeft op de stofwisseling. De werking van insuline wordt geremd, behalve in de hersenen en het immuunsysteem. Een normaal mechanisme in noodsituaties. Maar als het te lang gaat duren, ontstaan er problemen! Er ontstaat vet in de spieren, de Natrium terugresorptie neemt toe, de perifere vasodilatatie neemt af met als gevolg hoge bloeddruk en zoutgevoeligheid. Het ‘Insuline Resistentie Syndroom’ is dus eigenlijk een ‘Chronische lage graad door ontsteking veroorzaakte Energie Herverdelings Syndroom’, een aardige mondvol.

Bedoeld als verdedigings- en herstelmechanisme, kan het dus ook fout gaan bij langdurige stimulatie. De levensgewoonten van de westerse mens is sterk ontstekings bevorderend. Overgewicht bijvoorbeeld veroorzaakt laag gradige ontsteking. Bij langdurige ontsteking daalt het HDL (het ‘goede’ cholesterol) en stijgt het LDL (de ‘slechte’) iets. LDL geeft bescherming tegen bepaalde soorten bacteriën (gram negatief). Het is bekend dat mensen met een familiaire hypercholesterolaemie (FH) vroeger, vòòr 1800, dus ook vòòr de introductie van de westerse levensstijl, langer leefden dan andere mensen. Het hoge LDL beschermde tegen infecties. Nu is het echter een risico geworden.

De westerse risicofactoren zijn o.a.:

  •  Consumptie van verzadigde vetzuren
  • Industrieel geproduceerd transvetzuren
  • Hoog vet en laag vezelgehalte
  • Verhoogde omega-6 / omega-3 vetzuur ratio
  • Te weinig meervoudig onverzadigde lange keten omega-3 vetzuren uit vis
  • Te laag vitamine D gehalte
  • Te laag vitamine K
  • Te weinig Magnesium
  • Een disbalans tussen de vele micronutriënten
  • Te veel koolhydraten met en hoge glycaemische index
  • Te weinig groente en fruit
  • Te weinig beweging
  • Roken
  • Etc

HEt volledige artikel vindt u HIER. Het lezen waard!