Tagarchief: François Roget

Van Nicea tot Bonifatius – François Roget

Dit boek kocht ik in 1991 bij ‘De Slegte’, het heeft dus 30 jaar ongelezen in mijn kast gestaan. Het boek is uit 1863 en is een bundeling van artikelen die in 1842 – 1844 in Genève als tijdschriftartikelen zijn verschenen. De schrijver betoogt dat de vroege kerk zich vanaf den beginne meer vereenzelvigde met de keizer dan met de republiek. Hij stelt  dat senaat georiënteerde keizers ook meer geneigd waren christenen te vervolgen. Hij maakt onderscheid tussen de kerk en het christendom. De kerk, die meer naar de heidenen had moeten gaan, zocht teveel de connectie met de keizers. Constantijn  werd christen uit puur pragmatische overwegingen en vanuit zijn functie als Pontifex Maximus. Hij eiste de macht op over de kerk, die zich dat liet welgevallen. Een aantal bisschoppen zag het gevaar wel. De christenen legden hem niets in de weg.

Constantijn  wilde in de kwestie ‘Arius’ wel advies van het concilies, maar uiteindelijk gaf hij zelf aan presbyter Arius en bisschop Alexander het bevelende zaak op te lossen. Het was in Constantijns belang dat er twist bleef. Verdeel en heers. De zoon van Constantijn was een Ariaan.

Toen Julianus keizer werd was de paniek groot. Na zijn dood werd er ordinair op hem gescholden, o.a. door bisschop Gregorius. Hij vervolgde de kerk echter niet, maakte alleen een einde aan hun voorrechten. Vanwaar dan die woede en het gescheld?

Constantijn en zijn opvolgers lieten zich nog steeds met hun heidense titels aanspreken en werden ook vergoddelijkt.

Het boek is zeer gedetailleerd. De essentie is dat het een enorme fout was om de politiek de macht over de kerk te geven. Het gevolg was de groeiende machtspositie van de kerkelijke leiders, die zich weinig meer aantrokken van hun schapen. Andersdenkende christenen en heidenen werden vervolgd.

Waarom wordt de bekering van Constantijn dan gevierd als een triomf voor de kerk? Het was een grote val. Aardig is om te lezen dat allerlei ‘foute’ stromingen grotendeels verdwenen door politiek gekonkel. Dat maakt de de waarde van allerlei dogma’s, waaronder de Triniteit, nogal betrekkelijk.

Al lezende kwam de gedachte in mij op dat alle grote religies blijkbaar met hetzelfde probleem te maken kregen. Ook de Islam, het Jodendom, de Hindoes, de Zoroasters.

De filosofen hebben de kerk haar vrijheid weergegeven. De schrijver had liever gehad dat het anderen waren geweest, maar toch:

Om het christendom omver te werpen wezen o.a. Voltaire en de Encyclopedisten naar de talloze verschrikkingen waarmee het vervolgingsfanatisme de annalen van alle christelijke volken had bezoedeld. Hierdoor hebben zij terecht de geest der vervolging kapot gemaakt, zij hebben raak geslagen op de plek van de ergste ketterij, namelijk de ketterij van de opperheerschappij van de geestelijkheid, een ketterij die door de vorsten blindelings werd gesteund.

Bij het christendom  heeft het heel lang geduurd voordat kerk en staat gescheiden werden. De Islam moet hier nog aan beginnen. Diverse Islamitische staten en het streven naar een kalifaat.

Dit alles is het thema dat dit boek dat gedetailleerd wordt uitgewerkt. Voor een zo oud boek eigenlijk onverminderd actueel.