Biowetenschappen en Maatschappij: Rassenwaan

Ondertitel: ‘Het misbruik van de wetenschap in racisme’. De stichting Biowetenschappen en maatschappij geeft iedere 3 maanden een cahier uit over een onderwerp gerelateerd aan biowetenschappen en de maatschappelijke betekenis daarvan. Dit keer rassenwaan, racisme en de fabels daaromheen. Gesteld wordt dat de genetische verschillen tussen individuen groter zijn dan de verschillen tussen ‘rassen’. Denk concreet aan het verschil tussen een hoogblonde, blanke noord Europeaan en een donkere Afrikaan. De oorsprong van het begrip ‘ras’ wordt getraceerd. Dat is een nogal vaag begrip. Dat leidt onmiddellijk naar de vraag wat dan maakt dat allerlei groepen zich als groep beschouwen. De taal komt aan de orde. Een taal is een taal wanneer het een leger en een vloot heeft. Daar komt het feitelijk op neer. Het is een politiek instrument om onderscheid te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. Gronings is een dialect, maar als de Groningers zelfstandig zouden worden, dan was het ineens een taal. Er zijn veel voorbeelden hiervan. Taal is o.a. een politiek iets. Communicatie is ondergeschikt, anders hadden we allemaal wel Engels gesproken nu. Gewoonten, cultuur, genetica en epigenetica, alles komt voorbij. Ook Sinterklaas en Zwarte Piet en waar de pijn ligt. De juridische definitie van ‘ras’. Er wordt nog een stukje gewijd aan discriminatie van Bonobo’s. Genetische staan die net zo dichtbij de mens als chimpansees. Echter het gaat altijd over chimpansees en hun gedrag. Dat is nogal agressief en dat maakt het interessant, want mensen zijn dat ook. Er zijn echter vrijwel geen aanwijzingen dat men 12.000 jaren geleden massaal oorlog voerde. Waarom worden bonobo’s dan altijd afgeserveerd? Die zijn veel knuffeliger. We willen daar blijkbaar niet bij horen. Dat is dan een vorm van ‘specieïsme’?

De boekjes zijn te bestellen voor EU 7,50 per stuk, of gratis te downloaden als pdf: www.biomaatschappij.nl

Zwaarden, paarden en ziektekiemen – Jared Diamond

ZwaardenPaardenDit boek leende ik van een kennis. Het is alweer zo’n 20 jaren geleden geschreven. De ondertitel luidt: ‘De ongelijkheid in de wereld verklaard’. Daar gaat de schrijver mee bezig en draagt een grote hoeveelheid feiten aan. Het is niet mogelijk om al die feiten in deze korte beschrijving weer te geven. De essentie is eigenlijk dat het één tot het ander leidt.
De eerste stappen zijn het moeilijkst, maar waarom wordt die wel hier , maar nooit daar gezet (of andersom)? Bijvoorbeeld landbouw en veehouderij. Als je landbouw wilt plegen, heb je gewassen nodig. Er moeten in jouw buurt dus gewassen zijn die zich laten cultiveren. De meest bruikbare gewassen groeiden in de ‘Vruchtbare Halve Maan’ in het Midden Oosten. Ook de makkelijkst te domesticeren dieren waren daar. En dus gebeurde het daar. Als er meer voedsel wordt verbouwd, zijn er ook meer mensen die zich met andere zaken kunnen gaan bezighouden. Je krijgt andere ambachten, steden kunnen ontwikkelen enz.
Het blijkt ook dat uitvindingen zich makkelijker van oost naar west (of andersom) verplaatsen dan van noord naar zuid. Het gevolg was dat in het Euraziatische continent vele uitvindingen snel verspreid raakten. Bijvoorbeeld ook het schrift. Dat was een heel moeilijke uitvinding die slechts 2x is uitgevonden (mogelijk 3x). Maar als het idee er eenmaal is, dan zoiets zich snel verspreiden, ook al is het alleen maar het idee, zonder concrete voorbeelden.

Maar heb je geen gewassen om te verdelen of dieren om te domesticeren, dan gebeurt dat dus ook niet en zal de ontwikkeling van zo’n groep anders zijn. In sommige streken op de wereld werden in de vorige eeuw nog stenen gereedschappen gebruikt die zo primitief waren dat ze 15.000 jaren geleden op het Euraziatische continent al niet meer werden gebruikt.

In deze trant gaat het boek verder en leidt tot boeiende inzichten en vooral ook veel weetjes. Het is in ieder geval niet zo dat sommige mensengroep dommer zijn dan andere of meer geneigd tot abstractie. Als je een groep die nooit een paard heeft gezien, paarden geeft, dan weten ze die in korte tijd te gebruiken. En zo is het eigenlijk met alle vindingen.
Het boek is een echte aanrader!

De rijken worden een angstaanjagende elite

Captains and the KingsOp internet las ik een klein stukje van een artikel (NRC) met de bovenstaande titel. Het is geen nieuw gegeven. In de roman ‘The Captains and the Kings’ komt het al naar voren: de zeer rijken hebben het voor het zeggen. Belangrijk daarbij is dat de rente op een kapitaal over het algemeen aanmerkelijk groter is dan de groei van een economie. Dus die Chinezen kunnen wel even genieten van hun economische groei, maar de rente van een groot kapitaal stijgt altijd sneller dan de groei van een economie. Dat betekent dat een aantal families van zeer rijken alleen nog maar meer zeer rijk zullen worden. Met alle macht die daarbij hoort. Een geweldige roman over dit thema kun je lezen in de roman ‘Captains and the Kings’ van Taylor Caldwell. Het gaat over een arme Ierse emigrant die in 1850 aankomt in de VS en door diverse omstandigheden enorm rijk wordt. Het blijkt verder dat een overlegorgaan van de diverse zeer rijken besluit over oorlog en vrede en welke oorlog en welke vrede. Dat maakt een heleboel zaken zeer wrang. Je zult als soldaat je leven maar moeten geven voor volk en vaderland, maar in feite voor de portemonnee  van iemand anders. Ook de film  ‘Elysium‘ gaat uiteindelijk over dit  thema. De zeer rijken hebben een toevluchtsoord in een baan om de aarde en laten het gepeupel beneden gewoon verrekken.

Ook in het boek ‘Existence‘ van David Brin speelt dit thema een belangrijke rol.

Leven aan de onderkant – Theodore Dalrymple

De ondertitel luidt: `Het systeem dat de onderklasse in stand houdt’. De schrijver is o.a. psychiater in een gevangenis in Engeland. Hij vormt zich een mening over de maatschappelijke onderlaag en ook over de oorzaak. De intellectuele elite produceert allerlei theorieën over hoe dingen zouden moeten, bijvoorbeeld vrije seks. Dat zou de wereld verlossen van een boel frustraties. Het idee sijpelt (net als zoveel ideeën) ietwat vertekend naar beneden. Het gevolg maakt hij dagelijks mee. Ik ook. Alles wat Dalrymple schrijft herken ik, tot in detail. Ik kan alleen maar onderschrijven wat ik lees. Een kort citaat:

…In mijn stad, waar het bestaan min of meer verzekerd is, wat je ook doet, is dat niet zo. Maar daar heb je grote aantallen mensen die verstoken zijn van elke ambitie of belangstelling. Zij hebben niets to vrezen en niets te hopen en als ze al werken, hebben ze een baan die weinig stimulans biedt. Zonder een religieuze overtuiging om hun bestaan te bezielen met een transcendente betekenis, zijn ze niet in staat van binnenuit iets voor zichzelf to creëren.
Wat blijft hun dan over? Amusement en persoonlijke relaties. Door het amusement dat ze via televisie en films passief consumeren, leren ze een materieel overvloediger en betoverender manier van leven kennen, en dat voedt hun wrok. Een besef van hun eigen nietswaardigheid en mislukking voedt krachtige emoties – in het bijzonder jaloezie en het intense verlangen iemand anders te domineren of te bezitten om het gevoel to hebben dat ze tenminste een aspect van het leven beheersen. Het is een wereld waarin mannen vrouwen overheersen om hun ego’s op to blazen en waarin vrouwen kinderen willen `omdat ik dan iets voor mezelf heb’ of ‘omdat ik dan iemand heb van wie ik kan houden en die van mij zal houden’.
Persoonlijke relaties zijn in deze wereld zuiver instrumenteel; ze dienen de behoeften van het ogenblik. Ze zijn vluchtig en kaleidoscopisch, maar zeer intens. Mensen worden niet meer samengebonden door financiële, wettelijke, sociale of ethische verplichtingen. Het enige cement voor persoonlijke relaties is de behoefte en het verlangen van het ogenblik en niets is sterker, maar ook grilliger, dan begeertes die zijn losgemaakt van verplichtingen…

Volgens Dalrymple wordt de onderklasse vooral in stand gehouden door het waardenrelativisme waarvan de westerse wereld sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw was doortrokken. Dat komt vooral tot uiting in het goedpraten van criminaliteit door die voor te stellen als een onontkoombaar gevolg van armoede of discriminatie, maar ook in het verdacht maken van prestatiedrang in het onderwijs. Aan de onderkant van de samenleving heeft dit geleid tot een slachtoffercultuur, die verhindert dat mensen hun lot in eigen handen nemen, met alle kwalijke gevolgen van dien.