Dag van de Moedertaal

Op 21 februari was het Internationale Moedertaaldag. Een moment om stil te staan bij je eigen taal en of dat nu ook inderdaad een moedertaal is. Deze dag staat in het teken van de taalkundige en culturele diversiteit en de meertaligheid. Voor de UNESCO zijn talen het instrument om het culturele erfgoed levend te houden.
Mijn vader was een Fries, ik heb geen Fries geleerd en dat spijt me zeer. Ik kan echter erg goed de tongval nadoen. Mijn moeder was een Overijsselse, Overijssels heb ik ook niet geleerd, maar ik kan het redelijk goed nadoen. Ik heb mijn eerste 7 jaren in Rotterdam gewoond en red me ook nu nog redelijk met de tongval. Vanaf mijn 7e woonde ik in Groningen (Delfzijl, dat is ook niet echt Groningen) en heb daadwerkelijk iets meegekregen van het Gronings. Een echte Groninger hoort het verschil onmiddellijk, maar de inspanning wordt gewaardeerd. Ik heb er in mijn werk nog regelmatig plezier van. Over dat Gronings: dat is een uitstervende taal. Ik heb daar eerder over geblogd, zie HIER.
Het Nederlands is aan veel veranderingen onderhevig en die komen, zo is mijn indruk, vrijwel allemaal uit de Verenigde Staten. Wat daar al eerder is gesignaleerd is het eindigen van een zin in een soort vragende vorm. Vooral, of alleen, vrouwen doen dat. De intonatie aan het einde van een zin gaat omhoog, vaak in een golfje. Het is interessant om te dat te horen. Ook de ‘Gooische R’, die eigenlijk, hoe kan het ook anders, Amerikaans is, werd aanvankelijk vrijwel alleen door vrouwen gebruikt. Ik kan me de schrik nog herinneren (het was op een symposium in Utrecht) dat er een man een lezing kwam houden met een vreselijke Amerikaanse ‘R’. Daarna werd dat al snel normaal.
Ook nu zijn er interessante maar hinderlijke wijzigingen.
Een jaar of tien geleden hoorde ik van een jongetje dat hij was uitgescholden voor ‘leeuw’. Hij vond het vreemd, want dat was toch geen scheldwoord? Ik vond het zelf ook een vreemd verhaal. Maar jaren later viel bij mij het kwartje. Wat is er loos? De ‘l’ aan het eind van een woord verdwijnt! Let maar eens op wat men zo zegt: “kijk, daar vliegt een meeuw”. Maar ook: ‘Brood maak je van meeuw”. Zo moet het ook met dat scheldwoord gegaan zijn. Alles krijgt nu een andere betekenis. Welke ‘leeuw’ zal Holland houden bijvoorbeeld? Een uitzondering is het woord ‘school’. Ook daar verdwijnt de ‘l’ maar het wordt hier ‘schoo’, waarbij de lippen in een rondje getuit worden. Een en ander hoor je ook nu vooral bij vrouwen. Die beginnen meestal 5 a 10 jaren eerder met dit soort taal wendingen.

Als we het nationaler trekken, het Nederlands, daar blijft ook niets van over, het verwordt tot een soort ‘Pidgin Engels’, maar niet als tweede, maar als eerste taal. Recent kreeg ik een ‘reminder’ voor een ‘kick-off meeting’ in Utrecht. Een eerder symposium, met hetzelfde type uitnodiging, opende met ‘storytelling’. Eén van de sprekers zei op een gegeven ogenblik (in één zin, echt waar): “mind you, er zijn pitfalls’ daar moet je mee dealen”. Overigens wordt ‘Deal’ niet meer als zodanig uitgesproken, het wordt ‘dieuw’. Leuk is ook dat je tegenwoordig ‘in the lead’ moet zijn, en een ‘stakeholder’ (hoewel ik ook al steakholder ben tegengekomen). Een interessante is ook ‘sale’. Hadden we vroeger uitverkoop, dat is er niet meer, het werd ‘sale’. Alleen, hoe verwerk je dat in een reclame? Het heeft echt enige tijd geduurd voor iemand durfde te zeggen “Het is sale bij … “. Kinderen hebben we ook al niet meer, het zijn ‘Kids’.
In ‘Quora’ de Duitse versie kwam ik recent de vraag tegen: “Is het een goede zaak om in het land waar je met vakantie bent of woont, de nationale taal te spreken?” Het antwoord: “Ja, dat is altijd goed, behalve in Nederland en Denemarken. Als je daar geen vlot Nederlands of Deens spreekt, dan verwachten ze dat je overgaat in het Engels. Dat heeft ook mogelijk te maken met het feit dat de vele engelstalige televisieprogramma’s, worden ondertiteld, niet nagesynchroniseerd.”
Over de moedertaal nog een laatste opmerking. Het valt mij op dat Nederlanders uiteindelijk van alle buitenlanders verwachten dat ze Nederlands leren, behalve als ze goed Engels spreken. Ik ken een aantal immigranten die al 10 jaar hier wonen en niet uitgedaagd worden om Nederlands te spreken, omdat iedereen wel Engels kent. In Duitsland, waar veel Nederlanders wonen, is het interessant te zien dat veel nederlanders daar geen Duits leren, ze doen toch alles in Nederland? De maximale integratie is dan niet op zondag grasmaaien. Maar Duits leren? Ho maar.

Ik kan zo nog een A4’tje vullen, dat zal ik niet doen. Denk er eens over na.
Prettig ‘weekend‘.

Dutch side of the border

Als oprechte grensbewoner zie ik ook de andere kant van de grens, ‘Gene Zijde’, Groningen. Ik houd dat scherp in de gaten! In Nederland, maar heel duidelijk in Groningen, zie je een soort taalstrijd.
In het Nederland als geheel is men druk doende het Nederlands over te laten gaan in een soort ‘Pidgin 
Engels’. En dan niet als tweede taal, maar als hoofdtaal met bijbehorende uitspraak. Dat de ‘r’ al lang en breed verdwenen is, is symptomatisch. Ik hoor zo nu en dan mensen die vroeger een gewone ‘r’ hadden en nu ineens een vreselijk gepolijste Amerikaanse ‘r’. Over het aantal Engelse woorden dat het Nederlands ondertussen is binnengeslopen zal ik het later hebben. Feit is dat in bv de Evangelische Kerken het Engels als het nieuwe Latijn wordt gebruikt. Wijsheidsspreuken op bordjes, stickers(!) en vooral op Facebook zijn vrijwel altijd het Engels, dat lijkt mooier. Nederlands wordt eigenlijk als niet helemaal echt, een beetje achterlijk weggezet. ‘Motherfucker’ klinkt toch aanmerkelijk beter dan moederneuker, of niet dan? En wie roept er nou “Poep!” Dat moet toch echt “Shit” zijn! Engels als tweede taal, dat riep Rutte ook al. Maar we worden niet tweetalig. We worden halftalig.
Maar wacht, er is iets vreemds aan de hand. Want Engels is beter dan Nederlands, maar Nederlands (lees ‘Hollands’) is weer veel beter dan Saksische dialecten Twents, Drents, Gronings). Want die zijn ‘boers’ en dus achterlijk. Op het Journaal zul je dus nooit iemand horen die ‘ennetjes inslikt’[1]. De ‘zachte g’ mag wel, elke Hollandse tongval ook, desnoods licht Fries. Dat is goed doorgedrongen in Groningen. Het gevoel een minderwaardig taaltje te spreken heeft gevolgen voor het dagelijks leven. Een aantal oorzaken zijn de houding van de rest van het land en de scholen. 
In Groningen is men nu van mening dat Gronings lelijk is. Je krijgt er een achterstand van. En kinderen die Gronings spreken, nee, dat kan ècht niet! Ollands, dàt is het! En Engels!
Nu is het in het verleden inderdaad vaak voorgekomen dat kinderen alleen in dialect werden opgevoed. En als je dan later met Nederlands aan de slag moet, ja dat is even slikken. Maar het lukt wel. Belangrijk is dat men in Nederland, en vooral ook in Groningen, meer oor moet hebben voor TWEETALIGHEID. Er is niets mis met Gronings, dat hangt af van hoe je het gebruikt. Er zijn in Groningen gebieden zijn waar men actief tweetalig is en dat gaat prima. Als je daar geen beleid op hebt, geen afspraken over maakt dan gaat het niet goed. Bijvoorbeeld: “Tegen de kinderen praten we Ollands, maar tegen elkaar Gronings”. Dat is geen tweetaligheid, dat is halftaligheid. Een fenomeen dat we ook in het Nederlands hebben met de overdadige aanwezigheid van het Engels.
Naar mijn mening is het Gronings van kleine kinderen zeer charmant. Buig niet voor de neerbuigendheid van westerlingen met hun rare uitspraak en ‘Gooische R’. Proat plat!

 

[1] Het leuke hier in Duitsland is dat ze hier het Saksisch hebben uitgevonden. Hier hòòr je ‘ennetjes zu verschlucken’ Als je dat niet doet, word je nooit nieuwslezer! Ik doe het hier naar hartelust. Herrlich!