Die Bibel Verstehen – Anselm Grün

Hoe de Bijbel te lezen. Een interessant thema. De schrijver is monnik en heeft daar dus wel ervaring mee. Hij beschouwt de Bijbel niet als letterlijk waar. De Bijbel bevat verhalen, in zijn visie afbeeldingen, van de ervaring van mensen met God. Als je het zo bekijkt heeft de Bijbel ook ons wel iets te zeggen. Hij beschrijft de Lectio Divina, het mediteren op een tekst, bijzonder interessant.
Daarna gaat hij voorbeelden geven over hoe je het zou kunnen doen en hij gaat in vogelvlucht de hele Bijbel bij langs. Halverwege ben ik gestopt. Hij schrijft prima, geen punt! Maar die korte studies lees ik wel als ik aan het betreffende boek toe ben. Een mix van lees- en naslagwerk.

 

Die Bibel Verstehen Hinführung Zum Buch Der Bücher by Anselm Grün
My rating: 3 of 5 stars

View all my reviews

De messiaanse verwachtingen ten tijde van Jezus – Gerben S. Oegema

Eenentwintig jaren geleden kocht ik dit boek. Het leek me toen al interessant, maar van lezen kwam het niet echt. Het boek Jezus van Nazareth van Paul Verhoeven,maakte dat ik dit werkje weer ter hand nam. Het beschrijft de apocalyptische literatuur van 200 BCE tot ongeveer 200 CE. Zowel Bijbels als niet Bijbels bronnen. In tijden van grote verdrukking werden dit soort verhalen populair. Vaak was er sprake van een Messias (gezalfde) of een ‘Mensenzoon’. Mensen die een leidersrol speelden in de eindtijd, door God gezonden. Vaak wordt de profetie, want dat karakter zit er toch wel wat in, gepositioneerd in een verleden. Zo profeteert het een stuk makkelijker, want het meeste weet je al, het is ook veiliger om allerlei uitspraken te doen dan. Het bekendste voorbeeld is Daniël. Veel van deze Joodse literatuur grijpt ook terug op oudere boeken, bijvoorbeeld de Psalmen, maar ook wel andere boeken. De Christelijk Apocalypsen zijn gemiddeld genomen iets minder politiek. Veel oudere Apocalypsen hebben later een Christelijke bewerking ondergaan om maar duidelijk te maken dat het altijd om Jezus gaat. Iets waar Bart Ehrman in zijn boeken over schrijft.
De eerder genoemde Paul Verhoeven gaat er van uit dat Jezus helemaal vervuld was van deze Apocalypsen, het ‘Koninkrijk der Hemelen’ zou je ook vanuit deze visie moeten zien.
Het boek heeft een erg hoog informatie gehalte. De eerste lezing is met name bedoeld om een indruk te krijgen waar het over gaat en waar ik later dingen kan terug vinden. Aanrader!

Lost Christianities – Bart Ehrman

Een bijzonder interessant boek met een erg hoog informatie gehalte. Het verschil tussen studeren en lezen wordt je op deze manier snel duidelijk. Ik kan wel de grote lijn weergeven, maar niet de details, en dat is jammer. Gelukkig heeft de schrijver de neiging zichzelf te herhalen, dus in een volgend boek zal ik weer veel tegenkomen. De inhoud is voor christelijk opgevoede mensen erg belangrijk. Ik heb een aantal van dit soort boeken uitgeleend, een van Ehrman en twee van Slavenburg. Alle drie de boeken heb ik nooit terug gekregen!
In het begin waren er vele soorten christendommen, met aan het ene uiterste bijvoorbeeld de aanhangers van Marcion, die vond dat de Joodse en de Christelijke God niet dezelfde konden zijn. De ene was wreed en gewelddadig, de ander liefhebbend en genadig. Hij paste dus de evangeliën zo aan dat er geen Joodse dingen meer inzaten. Aan het andere uiterste had je bijvoorbeeld de Ebionieten, die juist vonden dat je alleen Christen kon zijn als je de Joodse wetten onderhield. Van een maagdelijke geboorte moesten ze dan ook niets hebben. En daar lag nog van alles tussen, en ook nog wel er boven en er onder. Een belangrijke stroming (het was niet een duidelijke groep) was die van de gnosis. De God die hemel en aarde geschapen had, was niet een echt goede god, maar een misleid iemand. Jezus kon ons helpen om de weg naar de ware god te vinden. In diverse stromingen kom je ook tegen dat Jezus en de Christus niet dezelfde waren, maar dat de geest, of de Christus, bij de doop in de Jordaan in Jezus neerdaalde. Een mooie gedachte vind ik zelf.
Verder in het boek komt aan de orde dat het van veel geschriften die nu in het Nieuwe Testament staan, helemaal niet duidelijk is wie de schrijver is. De Evangeliën staan wel op naam van de evangelisten, maar er zijn eigenlijk geen argumenten voor. Sommige identieke boeken blijken niet zo identiek, er blijken veel (al of niet met opzet) fouten in de teksten te zitten. Dat maakt het heel gevaarlijk om grote theologische waarheden uit het NT te halen.
Uiteindelijk kwam er een stroming boven drijven die bepaalde wat waar was, wat Bijbel was en wat niet. Die bepaalde wat de naturen van Christus waren, dat er een drie-eenheid bestaat. Dat alles is  -zo heeft men mij altijd verzekerd-  door God geïnspireerde tekst.

Luther, zijn weg en werk – W.J. Kooiman

lutherAls kersvers lid van de Evangelisch-Lutherische kirche moet ik natuurlijk wel mijn kennis over deze man wat opfrissen. De grote lijn zal ik niet bespreken, zie daarvoor oa HIER.
Dit boek uit 1959 geeft niet alleen een historisch verslag, maar zet Luther ook neer als kind van zijn tijd, namelijk een late middeleeuwer. Hij is door een diep dal gegaan en zag helemaal onderin het licht: alleen de genade van God redt de mens. Daar kan niets anders aan bijdragen, geen aflaten, niets. Hij was bijzonder strijdbaar en schreef bijzonder veel.
Een aantal gedachten uit het boek blijven me wat bezighouden:

Niets is zo klein, of God is nog kleiner. Niets is zo groot, of God is nog groter etc.
God is in alles. Want als Hij het schept en onderhoudt, moet Hij er zelf in zijn, moet Hij Zijn creatuur in haar allerbinnenste kern en haar allerbuitentenste kleed zelf in stand houden.

We kunnen God niet kennen uit natuur en geschiedenis. Wat wij in het leven van natuur en geschiedenis met onze eigen ogen zien, is altijd maar een masker en aardse, verwrongen, vaak verwrongen verschijningsvorm. Wij vermoeden God daarachter, wij weten dat Hij daarin is.

Een paar uitspraken uit het boek. Luthers ideeën zijn ook voor politieke doeleinden gebruikt, hij gruwde daarvan.  In het laatste hoofdstuk wordt zijn houding tegenover de Joden besproken. Die was fout en kwam voort uit onbegrip dat zij niet inzagen dat de nieuwe Bijbelse uitleg ook hen aanging en dat ze zich niet bekeerden. Hij was geen antisemiet. Dat zegt dhr Kooiman tenminste. Maar Luther was geen heilige. Hij had fouten. Hij heeft aanzet gegeven tot een bepaalde ontwikkeling, meer niet. De neiging om allerlei belangrijke mensen te verheerlijken moeten we hier echt onderdrukken. Mijn Lutherische kerk heeft afstand genomen van zijn ideeën over joden. Gewoon fout, slecht, middeleeuws.

Wat duidelijk wordt, is dat je moet oppassen om iemand volledig te volgen. Iedereen heeft ergens een vreemde knoop aan zijn jas. Mijn favoriete aforisme: ‘Geloof degenen die de waarheid zoeken, twijfel aan degenen die haar hebben gevonden’ gaat ook hier op. Luthers persoonlijke ervaring kleurt sterk zijn hele leer.

Een belangrijk onderdeel is de leer van de twee rijken (volgens pfarrer Maenl  ‘Zwei Regimenten’): het rijk Gods en het wereldse rijk.
Ondanks het feit dat hij toch wel als geweldig mens wordt neergezet, is er ook wel aandacht voor zijn onhebbelijkheden en woede uitbarstingen. Het is een prachtig boek. Het is vast nog wel ergens bij een antiquariaat te krijgen. Doen!

Gnosis – Jacob Slavenburg

Gnosis2Als u af en toe mijn blog leest, dan bent u de naam van Jacob Slavenburg al een paar maal tegengekomen. Een veelschrijver over interessante thema’s. De ‘gnosis’. Op school leerden wij vroeger van gnostici dat het ketters waren met vreemde ideeën. Nu is het ook wel een beetje wennen. Belangrijk is het om te weten dat DE gnosis niet bestaat. Er zijn verschillende stromingen. Je hebt de Hermetische gnosis, de christelijke gnosis, Manichese gnosis etc. Als ‘gnosis’ bestaat de gnosis vrijwel niet meer, maar de ideeën en afgeleiden daarvan zijn nog springlevend! Ik moet me hier echter beperken.

Het idee is ongeveer dat -vergelijkbaar met de Big Bang- God zichzelf schiep, de Vader God. Niet mannelijk, niet vrouwelijk, de naam is dus behelpen, net als alle termen die gebruikt worden, het is het onbeholpen talig uitdrukken van iets onbevattelijks. De Vader God en het Pleroma, het universum zou je kunnen zeggen, namen toe in grootte en alles. Er ontstonden eigenschappen (eonen). Uit God emaneerden andere eigenschappen, waaronder Sophia. Zij schiep de wereld buiten het Pleroma. Uit haar emaneerde Jaldabaoth, de slechte god. Hij schiep de mens. Materie, slecht, onvolledig, menselijk. De gelukkig zag de Vader nog kans om de Geest, die licht is, in de mens te planten. Het lichaam werkt door de ziel en binnen in die ziel is de Geest, het licht. In die geest moet je groeien, die moet je ontdekken. Je moet dus zelfkennis ontwikkelen. Zelfkennis is Godskennis en noodzakelijk voor je uiteindelijke verlossing. Dat laatste idee vind je in veel religieuze of filosofische systemen terug. Zie verder het artikel in Wikipedia.

Een goed boek. De ontwikkeling van de gnosis tot in de vorige eeuw wordt gevolgd en besproken.

Van Totem tot Verrezen Heer – Johan Leman

TotemtotHeerEen historisch antropologisch verhaal, aldus de ondertitel.
Het is een boeiend boek met een zeer hoog informatiegehalte. Als gelovige intellectueel ben je verplicht om een zo wetenschappelijk mogelijke verklaring of toch minstens een verstandige duiding te vinden voor je geloofspunten. En de conclusies moet je dan op een zinvolle wijze integreren in je geloof. Geloof en rede zijn niet per definitie in tegenspraak. We moeten er voor oppassen om geloofswaarheden met een gestolde interpretatie te benaderen. Want bijvoorbeeld de Bijbel (en datzelfde geldt voor de Koran en de Hadith etc) is in een bepaalde tijd geschreven. Wij kennen niet de nuancering van de taal of de betekenis van gezegden. In de overlevering kan een bepaalde profeet veel meer bekend zijn dan een keizer. Maar die profeet leeft wel in een bepaalde politieke en culturele context, die die allerlei duidingen bevat die wij niet -of niet geheel- kunnen overzien. En wat moet je met alle mythen? Zijn die sacraal? Zeg je ja, dan ligt de betekenis vast. Duid je historisch, dan is er geen sacrale duiding. Het zal er vaak ergens tussen liggen.
Contacten tussen culturen geven verschuiving van ideeën. Bijvoorbeeld JHW (Jahu, Jaw) was in den beginne een zuid Kanaänitische krijgsgod. Lokaal, één van de ‘ El’s’, tezamen met de vruchtbaarheidsgodinnen, de Asjera’s. Na de invallen van de Assyriërs wordt hij een schepper van mensen (Genesis 2). Als daarna de Babyloniërs komen met Mardoek en de Perzen met Ahura Mazda, nemen de scheppingskwaliteiten toe (Genesis 1). Hij ontwikkelt zich dus van lokaal, via translokaal tot universeel. Het scheppingsverhaal, maar ook de opstandingsidee zijn sterk Zoroastrisch van aard. Die ideeën zie je langzaam naar voren komen in Ezechiël, Daniël en Jesaja om in de Makkabeeën volledig geformuleerd te worden. De regio Kanaän is ook nog sterk beïnvloed geweest door Egypte en tijdens en Alexander de ‘Grote’ en de Romeinen door het Helleense denken.

1800 – 1200 BCE Egyptische invloedssfeer
1670 – 1570 BCE De Hyksos (Kanaänieten)
14e eeuw BCE Echnaton, de monotheïst
13e eeuw BCE Egypte – Hittieten
1200 – 1000 BCE Chaos door de zeevolkeren, waaronder de filistijnen. Veel steden verwoest. Veel nieuwe dorpen worden gebouwd. Er ontstaat een 2-deling tussen de achtergebleven stedelingen en de binnentrekkende herders en dorpelingen (Hebreeën)
(1200) 1000 – 800 BCE Kleine vorstendommen ontstaan
 9e – 8e eeuw BCE Veelgodendom met priesters en sjamanen. Gaat over in priesters en profeten

De schrijver ziet de Bijbel als een boek waarin je de ontwikkeling van het Godsidee kunt volgen. Als je ergens een aannemelijke verklaring voor kunt vinden, heeft die de voorkeur. Jezus was gewoon mens. En religie? Een groot probleem is dat religie stolt in een aantal kern’waarheden’. Zoals dat in de gereformeerd kerk heette: ‘de leer der kerk is gestold in de belijdenisgeschriften’. In de Islam zie je dat ook. Maar de ontwikkeling gaat door, de religie blijft waar ze is en vervreemd mensen van zich. En bewegingen naar de begintijd (IS) is al helemaal zinloos, want die zul je nooit bereiken.
Hij schrijft:

‘Ik zie niet in waarom de wetenschappen wél zouden mogen openstaan voor grondige historische ontwikkelingen en de godsdiensten niet. Hetgeen Newton verdedigd heeft, wordt toch niet waardeloos omdat Einstein dit grondig bijgestuurd heeft? Niet alle gelovigen zullen mijn mening delen. Dat is hun recht, maar tegelijk is het op termijn ook hun probleem, niet het mijne en ook niet het uwe als u mijn mening deelt.’

 

Inleiding tot de Phaenomenologie van den Godsdienst – G. van der Leeuw

“Ich bin, alles Nicht-Ich ist bloß Phänomen”
Het gaat hier om de phaenomenologie van de godsdienst. Een fijne aanvangsspreuk van Goethe wordt gebruikt: ‘Den das ist der Natur gehalt, dass aussen gilt, was inner galt’. Dit is een boek dat ontstaan is in de periode voor en na de oorlog. In die tijd ‘had men wat met Duitsland’.
De schrijver is -geheel in de traditie van Husserl- van mening dat fenomenen spoediger te vinden zijn in de onmiddellijke nabijheid van de onderzoeker dan in een grijs verleden. (“Die Phänomenologie ist die Lehre von den Erscheinungen im Sinne einer reinen Wesenschau”).
Belangrijk is het vinden van de phaenomenologische houding. Dat gaat over beleven, begrijpen en spreken. Je observeert wat er gebeurt, je duidt een en ander (‘geeft het zin, betekenis’) en keert dan terug. Je creëert een ‘Erlebter Strukturzusammenhang’. Phaenomenologie is niet een fantasie op historische motieven, zij is veeleer een uiterst radicaal empirisme, ‘insofern für alle Sätze und Formeln… eine Deckung im Erlebengehalt notwendig ist’. Religie is niet alleen ervaring, het veronderstelt ook openbaring!
Hoewel er in het boek wel literatuurverwijzingen staan, is het bar weinig. De schrijver gaat heerlijk associatief te werk, plukt van alles bij elkaar en komt dan tot een vorm van een samenhangende, ietwat poëtische conclusie. Maar die conclusie is bijzonder invoelbaar en klopt ook met de schrijver aan het begin aangeeft. Je moet sommige dingen gewoon ervaren, zelf voelen. Phaenomenologie dus…

Allereerst ‘mana’. Een woord afkomstig uit Polynesië en een breed voorkomend verschijnsel. Mana houdt in dat bepaalde voorwerpen of mensen of wat ook, een bepaalde kracht hebben. Het is een inherente, soms moeilijk te definiëren kracht. Maar een steentje waarmee je bepaalde associaties hebt kan een mana hebben. Sommige mensen hebben een hoog mana, bv een arts, of een koning. Een koning behoort een hoog mana te hebben, zie later.

Als zo’n voorwerp een voorwerp van verering wordt, dan wordt het ‘fetisjisme’. Een bekend voorbeeld is de ‘Ark des Verbonds’. Als die uit Israël verdwijnt, is het goed mis en zal er geen overwinning op de vijand kunnen zijn. Dergelijke voorbeelden zijn er wel meer, bijvoorbeeld Excalibur, amuletten, relikwieën.

Een stapje hoger vind je de ‘ kracht’ , of ‘ macht’. Ook deze is onpersoonlijk. De kracht omspant eigenlijk alles. Het hele universum hangt af van de kracht. Ook latere goden konden niet om de Kracht heen. Brahman is zoiets, ṛta ook. Die kracht wordt later vergoddelijkt en is blijkbaar overdraagbaar: bijvoorbeeld de ‘Genade Gods’ is een soort wondermacht geworden door God aan de mens verleend. In het Katholieke is ‘ de genade van de Heer Jezus Christus’ eigenlijk weer verworden tot een onpersoonlijke kracht die door de kerk uit een onuitputtelijke voorraad kan worden uitgedeeld.
De mensheid heeft ten alle tijde een voorraad kracht verkozen boven een levende persoon. ‘ Primitieve’ ideeën keren over het algemeen ook in moderne religies terug. Als je Bijbel goed leest, zijn ook daar wel hogere krachten aan te wijzen waaraan GOD onderworpen is.Wijsheid, gerechtigheid.
De termen ‘ animisme’ en dynamisme’ worden behandeld. Een voorbeeld van animisme: iemand kneedt een kerstbrood, omarmt met de armen nog vol deeg een boom om de kracht over te dragen. Animisme: de boom wordt toegesproken en vermaand om vrucht te dragen, anders zal hij omgehakt worden.
Verschillende archetypes worden verder besproken, die van de vader bv, welke rol speelt die in mythen en religies. Maar ook uiteraard de moeder (grote rol), de zoon, dochter, bomen, vuur.
Kortom een inzichtgevend boek dat je wat leert relativeren. Niets is wat het lijkt, als je maar goed kijkt.
De schrijver is dominee in de dertiger jaren en zijn kerkenraad leest ongetwijfeld mee. Daarom kom je af en toe een wat dogmatische, maar korte opmerking tegen. Ze vallen op omdat ze niet in het boek passen. Aanrader.