Scientific American september 2018 – Humans

Dit nummer van de Scientific American gaat over ‘humans’. Belangrijk voor de ontwikkeling van het intellect en bewustzijn is het hebben van grote hersenen in verhouding tot het lichaam. In dat opzicht springt de mens er wel uit. En je moet de mogelijkheid hebben om dingen te kopiëren. Het liefst gecombineerd met de neiging om in groepen bij elkaar te zijn. Daar is geen gen voor. Iets dergelijks geldt ook voor de ontwikkeling van taal. Daar is ook niet een specifiek gen voor. Taal heeft ook alles te maken met het ontwikkelen en kopiëren van symbolen. Bijvoorbeeld chimpansee in het wild begrijpen niet wat je bedoelt met wijzen. Apen die opgroeien bij mensen wel.

Een erg interessant artikel was over de oorsprong van homo sapiens. Het klassieke idee,dat lang geleden een uniek groepje mensen ontstond en vervolgens op pad ging, lijkt niet op te gaan. Er bestonden vele menssoorten, waarvan de Neanderthalers en de Denisoviërs het bekendst zijn. Er trad vermenging op en dat heeft uiteindelijk weer bijgedragen aan de Homo Sapiens. De huidige Europeaan heeft 2-4% Neanderthal DNA, dat heeft geholpen bij de lichtere huid en daardoor de mogelijkheid om verder naar het noorden te kunnen trekken. Daarnaast was er een verbetering van het immuunsysteem. De Tibetanen hebben een deel Denisovisch DNA wat hen de mogelijkheid gaf om in een omgeving met een lager zuurstof gehalte te kunnen leven. Ook cultureel lijken de verschillende groepen elkaar te hebben beïnvloed.
Volgens de schrijver hebben we nog meer niet-Sapiens DNA, maar is daar nog geen passende mensensoort bij gevonden.

Oorlog is een uitvinding die vele duizenden jaren geleden gedaan is. Volgens de schrijver is het niet iets dat in de mens zit. Op de een of andere manier komt het betoog niet echt geloofwaardig over.

Humaans (Ferengi uitspraak) beïnvloeden de evolutie door o.a. stedenbouw. Pluiszaadjes in de stad ontwikkelen zich zo dat ze meer recht naar beneden zakken, duiven leren zich verbergen voor slechtvalken die grootschalig in steden nestelen en slakken krijgen een lichter gekleurd huis om minder warmte op te nemen.

De kans dat ergens in het universum nog andere vormen van intelligent leven bestaan is vrijwel nul. Het aantal toevalligheden dat heeft geleid tot het ontstaan van ons is namelijk ERG groot. De kans dat er nog ander leven bestaat in het universum is groot, maar niet voor intelligent leven met een technologische beschaving.

Der Wissenschaftswahn: Warum der Materialismus ausgedient hat – Rupert Sheldrake

Sheldrake is bekend van de hypothese over de Morfogenetische Velden. DNA is niet voldoende om de vorm van een levend organisme te bepalen. Vorm wordt gestuurd door de MF velden. Maar niet alleen velden, ook gedrag, natuurwetten enzovoorts. Maar dat kun je allemaal terugvinden in een ander boek. In dit boek gaat het met name over de materialistische wereld- en wetenschapsvisie. Van hem had ik al meer boeken gelezen: ‘The Presence of the Past‘ en ‘ Morphic Resonance‘. Hij heeft een duidelijk idee van hoe de wereld in elkaar zit en draagt dat ook vol energie uit. En ik moet zeggen, hij heeft me gedeeltelijk overtuigd, maar nog niet helemaal. Dit boek gaat vooral over het failliet van het materialisme en over hoe het dualisme stiekempjes onder andere termen weer binnen komt. In de 17e eeuw werd het materialisme erg populair. Net zoals we nu allerlei dingen vergelijken met computers (hersenen, geheugen etc) begon men destijds organische wezens met machines te vergelijken, de geest bestond niet meer, slechts als product van machinale activiteit. Dat is tegenwoordig nog zo. Alles moet vanuit het stoffelijke worden verklaard. Er zijn echter ook wel stemmen die aan het stoffelijke geestelijke kenmerken willen toekennen. Dat is niet een bewustzijn, maar de aanleg of bouwsteen van geest. Iets dat weer denkbaar wordt als de kleinste deeltjes feitelijk uit energie en golven bestaan.

Een vervolg daarop is gewoontevorming. Zou het niet zo kunnen zijn dat allerlei natuurwetten en constanten niet voor eeuwig vast liggen, een noodzakelijkheid zijn, maar materiële gewoontevorming? En zou het niet zo kunnen zijn dat de hele kosmos met alles wat daarin bestaat, niet alleen maar door oorzaak-gevolg voortgestuwd wordt, maar dat er ook een streven, een einddoel is? Sheldrake spreek hier van een Attractor. De ontwikkeling wordt niet alleen ‘gestuwd’, maar ook ‘getrokken’. Teleologie: trekken uit de toekomst of duwen uit het verleden?

Het is niet onwaarschijnlijk dat deze wetten ‘geleerd’ en ‘onthouden’ worden. Dat maakt ook dat ze niet voor eeuwig vast liggen en kunnen veranderen.
‘Panpsychisme’ wordt besproken, het idee dat iedere vorm van materie ‘iets geestelijks’ heeft. Het is hier zoeken naar woorden, het doet me denken aan de Samkhya filosofie.
Al lezend kom ik zijn ideeën over bewustzijn aan Sheldrake verondersteld een in de tijd terugwerkend bewustzijn dat door de ‘bereidheidspotentiaal’ start. Het betoog is natuurlijk uitgebreider dan deze zin.
Het gaat te ver om atomen bewustzijn toe te kennen, maar het gedrag van atomen kan met gewoontevorming verklaard worden.
Citaat van Bohm: “De vraag is of materie enkel grof en mechanisch is of steeds subtieler wordt en uiteindelijk niet meer te onderscheiden datgene dat wij ‘geest’ noemen “.
Hebben alle zelforganiserende systemen een geestelijke kant naast een fysische?

De genetica komt nog even voorbij. Hij citeert uit de vele onderzoeken, de euforie dat nu het menselijk genoom bekend is, alle ziekten zouden worden genezen en voorspeld. Dat bleek niet het geval. En het aantal menselijke genen is wel erg laag: De mens ongeveer 23.000, de fruitvlieg 17.000, de zee-egel 26.000 en rijst 38.000.
Het geheugen. Na Pavlov ging men geheugen en reflexen beschrijven als zg reflexbogen. De experimenten van Lashley op dieren, overigens gewoon dierenmishandeling, toonden aan dat conditionele reflexen in stand bleven na zware toegebrachte hersenschade. Het geheugen werd door hem omschreven als een soort resonantie tussen een zeer groot aantal neuronen. Zijn opvolger, Karl Program zei uiteindelijk: Het geheugen is overal, maar nergens in het bijzonder.

Waar hij uiteindelijk telkens weer op terug komt is het volgende: Waarom worden allerlei ideeën niet gewoon onderzocht, maar wel op basis van de heersende wetenschapsvisie meteen weggevaagd als onzin, onwetenschappelijk, etc? Veel is al onderzocht maar de resultaten worden niet geaccepteerd. Ik herken dat wel, ik ben het daarin met hem eens.

Gods Philosophers – James Hannam

Wetenschap in de Middeleeuwen. De schrijver keert zich behoorlijk fel tegen alle lieden die de Middeleeuwen beschrijven als ‘duister, achtergebleven, stilstand’ etc. Deze terminologie komt met name uit de 17e eeuw en dan met name van protestantse zijde, waar men de katholieken allerlei vervelende zaken wil aanmeten. Feit is dat de Katholieke kerk geen probleem had met natuurfilosofisch onderzoek, want dat was het meestal. God had alles geschapen en was zelf niet gebonden aan natuurwetten. Maar Hij had zijn schepping zò gemaakt dat die bestudeerbaar was voor mensen. Zo kon je meer over God leren. Zowel in de Islam als het Katholieke Christendom was dit het uitgangspunt. De vrijheid van denken was groot, maar je moest niet in Theologisch gebied komen. Bijvoorbeeld de ‘atoomtheorie’ botste met de transsubstantiatieleer en werd dus aan banden gelegd. Er zijn maar weinig geleerden verbrand. Het ontleden van een lichaam gaf ook geen problemen. Vesalius werd niet verbrand, Servet wel, die was ook anatoom, maar werd door Calvijn (protestant) verbrand vanwege zijn ideeën over de triniteit. Het verhaal van Gallileo die met de brandstapel werd bedreigd als hij zijn stelling niet zou herroepen, ligt wat subtieler. De twist ging niet alleen over zijn astronomische denkbeelden, maar ook hoe hij de paus (Urbanus VIII) te kijk zette in één van zijn boeken. Katholieken waren gewend om Bijbelteksten niet altijd letterlijk te nemen. In de Middeleeuwen werd dus veel vooruitgang geboekt in de wetenschap, er werden veel uitvindingen gedaan. De Universiteit werd uitgevonden. De Zwarte Dood bracht een kentering in de ontwikkeling teweeg. Wat men in de Middeleeuwen vrijwel niet deed was experimenteren. Men schreef over wat men zag of meende te zien en verder was Aristoteles toch wel de verkondiger van de waarheid, ook als het niet klopte.

Interessant is de rol van het Latijn als lingua franca voor geleerden. Zij konden uit ieder land in Europa naar een andere universiteit trekken en gewoon in het Latijn verder argumenteren. De mobiliteit van geleerden was bijzonder groot. En alles was Katholiek, dat maakte het leven ook wel overzichtelijk. De rol van het Latijn als levende taal viel snel weg in de zg. Renaissance. Men vond het Latijn ineens plat en boers en het moest allemaal weer terug naar het ‘zuivere’ Latijn (dat waarschijnlijk nooit door iemand werd gesproken).
Hierboven heb ik alleen de algemene strekking van het boek weergegeven. De schrijver gaat plezierig diep in op allerlei ontwikkelingen uit die tijd. De middeleeuwers waren niet gek, er werd van alles ontwikkeld. Maar het was een gewelddadige tijd. Mensen werden meestal niet oud, stierven aan onbegrepen ziekten, werden uitgebuit door onbereikbare heersers, moesten meevechten in allerlei oorlogen. Je kunt alleen maar blij zijn dat je niet in die tijd leeft.
Een van de betere boeken!

Biowetenschappen en Maatschappij: Rassenwaan

Ondertitel: ‘Het misbruik van de wetenschap in racisme’. De stichting Biowetenschappen en maatschappij geeft iedere 3 maanden een cahier uit over een onderwerp gerelateerd aan biowetenschappen en de maatschappelijke betekenis daarvan. Dit keer rassenwaan, racisme en de fabels daaromheen. Gesteld wordt dat de genetische verschillen tussen individuen groter zijn dan de verschillen tussen ‘rassen’. Denk concreet aan het verschil tussen een hoogblonde, blanke noord Europeaan en een donkere Afrikaan. De oorsprong van het begrip ‘ras’ wordt getraceerd. Dat is een nogal vaag begrip. Dat leidt onmiddellijk naar de vraag wat dan maakt dat allerlei groepen zich als groep beschouwen. De taal komt aan de orde. Een taal is een taal wanneer het een leger en een vloot heeft. Daar komt het feitelijk op neer. Het is een politiek instrument om onderscheid te maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. Gronings is een dialect, maar als de Groningers zelfstandig zouden worden, dan was het ineens een taal. Er zijn veel voorbeelden hiervan. Taal is o.a. een politiek iets. Communicatie is ondergeschikt, anders hadden we allemaal wel Engels gesproken nu. Gewoonten, cultuur, genetica en epigenetica, alles komt voorbij. Ook Sinterklaas en Zwarte Piet en waar de pijn ligt. De juridische definitie van ‘ras’. Er wordt nog een stukje gewijd aan discriminatie van Bonobo’s. Genetische staan die net zo dichtbij de mens als chimpansees. Echter het gaat altijd over chimpansees en hun gedrag. Dat is nogal agressief en dat maakt het interessant, want mensen zijn dat ook. Er zijn echter vrijwel geen aanwijzingen dat men 12.000 jaren geleden massaal oorlog voerde. Waarom worden bonobo’s dan altijd afgeserveerd? Die zijn veel knuffeliger. We willen daar blijkbaar niet bij horen. Dat is dan een vorm van ‘specieïsme’?

De boekjes zijn te bestellen voor EU 7,50 per stuk, of gratis te downloaden als pdf: www.biomaatschappij.nl

The Great Beyond – Paul Halpern

great_beyondEen spannende titel. Het boek gaat over de wiskundige ontwikkelingen van ergens 16e eeuw tot nu, waarbij ook de oude Grieken niet worden geschuwd. Je zou het ook eenvoudiger kunnen zeggen: het gaat over de ontdekking van de vierde dimensie en dan met name vanuit wiskundig perspectief. Bijvoorbeeld herr Klein, een wiskundige en privat dozent, die rekent aan elektromagnetisme en de zwaartekracht. Hij komt tot een oplossing door een vierde dimensie toe te voegen in zijn berekeningen. In de 19e eeuw werd de 4e dimensie onmiddellijk gebruikt om God te verklaren en allerlei andere paranormale verschijnselen. Er werden methoden ontwikkeld om je zintuigen af te stemmen op het waarnemen van de 4e dimensie. Dit soort reacties maakte wetenschappers wat huiverig voor de term. Ook Einstein moest er aanvankelijk niets van hebben, maar gebruikte het rekenkundig later tòch en was er achteraf erg over te spreken. In de 19e eeuw werd de 4e dimensie als een ruimtelijke dimensie gezien, pas later ontstond het idee dat de tijd als 4e dimensie gezien kan worden. De levensloop  van verschillende wetenschappers komt aan de orde en de omstandigheden waarin ze tot hun ideeën kwamen. De schrijver  probeert voor  niet-wiskundigen duidelijk te maken  waar het allemaal  over ging. Ik kan hem volgen. Echter, om het verhaal na 1x lezen volledig weer te geven,  dat gaat me niet lukken. Wil je het echt goed doen, naar mijn mening houdt dat in dat je kunt weergeven wat je gelezen hebt, dan moet het echt nog een keer, met een notitieboekje erbij. Maar het neemt niet weg: een prima boek! Aanrader!

Een kleine geschiedenis van bijna alles – Bill Bryson

Van mijn broer gekregen op mijn verjaardag. Een geweldig boek waarin wordt verteld van de mensen die de wetenschap en ons wereldbeeld gevormd hebben. Van de vulkanen onder onze voeten en de meteoren die rakelings langs ons suizen. Goed boek voor in bed, elke avond een paar bladzijden. Aan de andere kant, als je weet wat voor gevaren onze planeet allemaal bedreigen …
Voor verder informatie zie de website van de auteur.